Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] ,
[derde belanghebbende] ,wonende te IJsselmuiden.
Rechtbank Overijssel
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Kampen om niet handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een paardrijbak op het perceel van een derde partij in IJsselmuiden. Verweerder stelde dat geen omgevingsvergunning vereist is omdat de paardrijbak binnen het agrarisch bouwvlak ligt en niet hoger is dan 2 meter, waardoor het valt onder de vrijstellingsregels van het Besluit omgevingsrecht.
De rechtbank stelde vast dat eiser [eiser 3] geen belanghebbende was omdat hij geen rechtstreeks zicht had op de paardrijbak en de afstand tot zijn woning ongeveer 100 meter bedraagt. Eisers voerden aan dat een afstandseis van 30 meter volgens VNG-richtlijnen van toepassing zou moeten zijn en dat de paardrijbak leidt tot overlast en aantasting van het woon- en leefklimaat, wat echter onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank oordeelde dat de paardrijbak een bouwwerk is binnen het achtererfgebied en de bestemming agrarisch bedrijf, waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is. De rechtbank volgde de uitleg van verweerder dat de VNG-richtlijn niet van toepassing is in deze situatie omdat het bestemmingsplan een conservering van de bestaande situatie betreft. Tevens is geen ontoelaatbare overlast vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het weigeren van handhavend optreden tegen de paardrijbak wordt ongegrond verklaard.