ECLI:NL:RBOVE:2016:846
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van mensenhandel met minderjarige wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een man uit Kampen die werd verdacht van mensenhandel met een minderjarige vrouw in de periode mei 2014. De tenlastelegging omvatte onder meer het vervoeren, huisvesten en faciliteren van de minderjarige met het oog op seksuele uitbuiting.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor een deel van de tenlastelegging en veroordeling voor de rest tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank stelde vast dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende werd ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. Hierdoor werd het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak de rechtbank de verdachte vrij.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €1.500,- gevorderd, maar aangezien de verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk en verwees de benadeelde naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.