Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 december 2015
- de als akte aan te merken uitlating van vader
- het proces-verbaal van comparitie van 24 februari 2016.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering die tijdens het huwelijk van vader en moeder werd afgesloten, maar waarbij het verzekerde risico zich voordeed na hun echtscheiding.
Vader en moeder sloten in 2009 een partnerverzekering af, maar maakten in het echtscheidingsconvenant van 2013 geen afspraken over de polis. Na het overlijden van moeder in 2015 keerde de verzekeraar de uitkering uit aan vader, die de polis na de echtscheiding voortzette door premies te blijven betalen.
De kinderen, die de nalatenschap beneficiair aanvaardden, vorderden dat de uitkering aan hen toekwam. De rechtbank oordeelde dat de uitkering terecht aan vader toekomt als langstlevende begunstigde volgens de polisvoorwaarden, die bepalen dat de begunstiging blijft bestaan ondanks de echtscheiding.
De vordering van de kinderen wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering komt toe aan de ex-echtgenoot als begunstigde en niet aan de kinderen als erfgenamen.