Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: mr. J.R. Bügel,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Overijssel
Eisers zijn eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning in Dronten waarvan de WOZ-waarde voor 2015 is vastgesteld op €185.000. Verweerder heeft het bezwaar van eisers tegen deze waarde niet-ontvankelijk verklaard omdat zij bezwaar maakten tegen een te lage WOZ-waarde, wat destijds niet mogelijk was. Na een wetswijziging per 1 oktober 2015 is bezwaar tegen een te lage WOZ-waarde wel toegestaan, mits er sprake is van een belang bij een hogere waarde.
Eisers stelden dat zij belang hadden bij een hogere WOZ-waarde om financiering te verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat dit geen belang is zoals bedoeld in de Wet WOZ, omdat het niet samenhangt met het gebruik van de WOZ-waarde op grond van een wettelijk voorschrift. Eisers konden niet aantonen dat zij door een hogere WOZ-waarde in hun individuele belang worden geraakt.
De rechtbank bevestigde dat de bezwaarprocedure correct is gevolgd en dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard omdat eisers geen belang bij een hogere WOZ-waarde hebben aangetoond.