ECLI:NL:RBOVE:2016:5296
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregelingen wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregelingen van [A] en [B]. De bewindvoerder stelde dat partijen nieuwe schulden hadden laten ontstaan en niet voldeden aan hun inlichtingen- en sollicitatieplicht. Tijdens de zitting verklaarden [A] en [B] over hun werk en sollicitaties, waarbij [A] een nieuwe werkgever had, maar dit niet aan de bewindvoerder had gemeld.
De bewindvoerder gaf aan onvoldoende informatie te hebben ontvangen, met name over het faillissement van de vorige werkgever van [A], loonbetalingen van het UWV en sollicitatie-inspanningen van [B]. Ondanks dat een schuld aan Stichting Wbo Wonen was voldaan, vond de bewindvoerder dat de regeling moest worden beëindigd wegens stelselmatige niet-nakoming van verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat partijen niet aan hun informatieplicht hadden voldaan en onvoldoende medewerking verleenden aan een doeltreffende uitvoering van de regeling. Ook had [B] haar sollicitatieplicht niet aannemelijk gemaakt. Op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro besloot de rechtbank de schuldsaneringsregelingen tussentijds te beëindigen. De vergoeding en het salaris van de bewindvoerder werden vastgesteld en ten laste van de boedel gebracht.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregelingen wegens niet-nakoming van inlichtingen- en sollicitatieplicht.