Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 oktober 2016, strekkende tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad;
- de bij brief van 31 oktober 2016 nader toegezonden productie van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing in kort geding
- een bedrag van € 3.150,00 aan huur dan wel gebruiksvergoeding over de periode van 1 april 2016 tot en met 31 oktober 2016, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 2 oktober 2016 tot de dag van volledige betaling;
- een bedrag van € 15,76 aan wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro gerekend tot en met 1 oktober 2016;
- een bedrag van € 337,30 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 94,08 voor explootkosten
- € 223,00 voor griffierecht
- € 400,00 voor salaris gemachtigde
- € 100,00 voor nakosten, tenzij [gedaagde] binnen veertien dagen na eerste aanschrijving door [eiser] aan de inhoud van dit vonnis heeft voldaan;