Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
De kantonrechter komt, op basis van het voorgaande en in samenhang met hetgeen reeds is overwogen in voormeld tussenvonnis, tot de conclusie dat [eiseres] geen deugdelijke verklaring heeft afgelegd en dat [eiseres] daarom veroordeeld dient te worden tot betaling van de bedragen waarvoor onder haar beslag is gelegd ten laste van [A] , als ware zij zelf de schuldenaar.”.
3.De vordering
4.De beoordeling
Indien de derde-beslagenewel(onderstreping voorzieningenrechter) een verklaring heeft afgelegd, is de executant bevoegd deze geheel of ten dele te betwisten dan wel aanvulling daarvan te eisen door de derde binnen twee maanden na zijn verklaring te dagvaarden tot het doen van gerechtelijke verklaring en tot betaling of afgifte van hetgeenvolgens de vaststelling door de rechter(onderstreping voorzieningenrechter) aan de executant zal blijken toe te komen. (…)”.
Indien de derde-beslagene in gebreke blijft verklaring te doen, wordt hij op vordering van de executant veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar, (…)” . Lid 1 van artikel 477a Rv mist hier echter toepassing, nu in dit geval geen sprake is van ‘het niet doen’ van een verklaring, maar van ‘het doen’ van een verklaring (die ondeugdelijk is geoordeeld door de kantonrechter).
816,00