Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- de pleegouders, bijgestaan door hun advocaat,
- mr. L.J. de Rijke, namens de moeder,
- mevrouw I. Prins, vertegenwoordigster van de voogdijinstelling.
Rechtbank Overijssel
De voogdijinstelling verzocht de rechtbank om toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van twee minderjarige kinderen die langer dan een jaar bij pleegouders wonen, vanwege zorgen over de opvoedsituatie. De voogdij stelde dat er sprake was van een gebrek aan duidelijkheid, structuur en pedagogische vaardigheden bij de pleegouders, en dat de kinderen gedragsproblemen vertoonden. Diverse instanties hadden hun zorgen geuit, maar de pleegouders ontkenden deze problemen en stelden dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de pleegouders, de moeder en de voogdijinstelling gehoord. De pleegouders benadrukten dat zij de kinderen alle zorg en liefde bieden en dat de voogdijinstelling onvoldoende uitleg gaf over de gevraagde verbeteringen. De moeder sloot zich aan bij het pleidooi voor afwijzing, stellende dat het verzoek verstrekkende gevolgen heeft en onvoldoende onderbouwd is met deskundigenverklaringen.
De kinderrechter oordeelde dat het verzoek tot wijziging van verblijfplaats verstrekkend is en een grote impact heeft op de kinderen. Daarom moet een dergelijk verzoek goed onderbouwd zijn met feiten en deskundigenverklaringen. De voogdijinstelling had dit onvoldoende gedaan, onder meer door het ontbreken van een stappenplan of lijst met verbeterpunten. Gezien de belangen van de minderjarigen en de gebrekkige onderbouwing wees de rechtbank het verzoek af.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter U. van Houten te Almelo op 25 augustus 2016 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de verblijfplaats van de minderjarigen bij de pleegouders wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.