Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
aanmerkelijkekans dat iemand zou worden gedood of zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht. Dat in de onderhavige zaak [slachtoffer 1] ten tijde van het schietincident op de begane grond in de woonkamer op de bank lag te slapen doet aan dit oordeel niet af nu het moet gaan om een kans die naar
algemene ervaringsregelsaanmerkelijk is te achten.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
2 september 2016, uit welk rapport volgt dat geen begeleidingstraject vanuit de reclassering wordt geadviseerd.
9.De schade van benadeelden
- 3 rolluiken erker € 700,--;
- binnendeur € 360,--;
- reparatie kast € 200,--;
- dichten gaten binnenmuren € 50,--;
- raamscherm/versiering € 10,--
- ramen € 900,--
- immateriële schade € 9.000,--
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer subsidiair en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , voornoemd, van een bedrag van € 3.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juni 2016;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 8.506,-- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
25 juni 2016, pagina’s 326 t/m 332, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisant: