Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
Door de huisarts van overledene, [huisarts 1], is een verklaring over het verstrekken van medische informatie afgelegd. Naast de heer [huisarts 1] waren in 2013 de volgende huisartsen in deze praktijk werkzaam: [huisarts 2], [huisarts 3] en [huisarts 4]. Dhr. [huisarts 1] verklaarde de vragen met deze collega's te hebben besproken. Geen van hen had medische informatie verstrekt over mevr. [slachtoffer]. Hiervoor tekenen zij dit proces-verbaal.
Op 22 juni 2016 kreeg ik van het openbaar ministerie het verzoek om in het onderzoek tegen de verdachte [verdachte] twee vragen te beantwoorden die door zijn raadsman H. Anker waren gesteld.
Ik ben werkzaam als huisarts bij praktijk [huisartsenpraktijk] te Zwolle. Ik verklaar bij deze dat ik op 9 juli 2013 geen medische informatie heb verstrekt aan de GGD-arts [verdachte] over mevr. [slachtoffer].
Ik ben werkzaam als huisarts bij praktijk [huisartsenpraktijk] te Zwolle. Ik verklaar bij deze dat ik op 9 juli 2013 geen medische informatie heb verstrekt aan de GGD-arts [verdachte] over mevr. [slachtoffer].
Ik ben met één andere collega naar de woning in de [straat] toegegaan. Er is ook nog een Officier van Dienst ter plaatse gekomen, de heer [verbalisant 1]. Ik was samen met mijn collega [verbalisant 4] - na de schoonmaakster - als eerste ter plekke. We troffen die mevrouw aan, hebben bij haar gekeken en we hebben vrij snel vastgesteld dat ze was overleden, dat was wel vrij snel te zien. Toen hebben we contact opgenomen met onze meldkamer en toen is de GGD-arts gewaarschuwd en gekomen. Ondertussen zijn er wat familieleden van mevrouw gekomen, twee (schoon)kinderen die bij haar in de buurt woonden. Ik weet niet meer hoe lang het duurde voor GGD-arts [verdachte] ter plaatse was. Er is geen ambulance geweest. Ik kan me niet herinneren dat hij contact heeft gehad met de huisarts of contact heeft gezocht met een officier van justitie. U vraagt mij of ik steeds in de hal van de woning ben geweest. Toen meneer [verdachte] een schouw deed, was ik daarbij aanwezig samen met mijn collega [verbalisant 4] en OvD [verbalisant 1]. Daarna ben ik naar de woonkamer gegaan. De schouw heeft een minuut of 10 geduurd, schat ik zo in. Misschien iets langer, maar in elk geval geen uur. Toen de heer [verdachte] aankwam is hij direct begonnen met de schouw en daar was ik bij. Ik heb hem niet zien bellen. Hij heeft zich niet tot mij gewend met een vraag naar het telefoonnummer van de huisartsenpraktijk. Ik heb niets opgezocht of iets dergelijks. Ik heb het nummer ook niet via de meldkamer gekregen. U houdt mij voor dat de heer [verdachte] zegt dat hij het nummer van mij heeft gekregen. Nou, daar weet ik niks van. Ik wist niet wie de huisarts van mevrouw [slachtoffer] was. Het klopt dat ik niet steeds in de onmiddellijke omgeving van de heer [verdachte] ben geweest. Ik weet zeker dat ik niemand heb gebeld of een nummer heb opgezocht. Het klopt dat mijn collega eerder is weggegaan dan ik. Ik ben zelf ook weggegaan voordat de officier van justitie het lichaam vrijgaf.
De verdachte werd medegedeeld wat meineed inhoudt, het opzettelijk onder ede een valse verklaring afleggen. De verdenking heeft betrekking op de rechtszaak bij de rechtbank Qverijssel te Zwolle, d.d. 13 maart 2014. Hier werd de verdachte [veroordeelde] vervolgd ter zake de moord/doodslag op mevrouw [slachtoffer], hierna te noemen "slachtoffer”, gepleegd op of omstreeks 8 juli 2013 te Zwolle. Hierbij werd verdachte (GGD-arts [verdachte]) tijdens deze rechtszitting als getuige-deskundige onder ede gehoord.