Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
WONINGSTICHTING "HELLENDOORN",
gevestigd en kantoorhoudende te Nijverdal, gem. Hellendoorn,
Rechtbank Overijssel
Eisers huren een woning en garagebox van Woningstichting Hellendoorn en hadden in het verleden huurachterstanden die leidden tot diverse vonnissen en ontruimingsdreigingen. In mei 2016 werd bij verstek de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen wegens een huurachterstand van € 2408,50. In juni 2016 betaalden eisers de volledige huurachterstand en bijkomende kosten, waarna zij mochten vertrouwen dat geen ontruiming meer zou plaatsvinden op basis van het verstekvonnis.
In september 2016 werd een nieuw bevel tot ontruiming betekend vanwege achterstanden vanaf juli 2016. Op 12 oktober 2016 verving de deurwaarder de sloten, maar een feitelijke ontruiming vond niet plaats omdat de inboedel nog aanwezig was. Eisers tekenden een ontvangstverklaring van de sleutels met protest tegen de termijn voor het leegmaken.
Eisers vorderden in kort geding een verbod op ontruiming, stellende dat zij in staat van faillissement zijn verklaard en dat toekomstige huurbetalingen door een curator of bewindvoerder zullen worden voldaan. De woningstichting wilde de vordering afwijzen vanwege het wantrouwen in eisers en de nieuwe huurachterstand.
De rechtbank oordeelde dat het bevel tot ontruiming op het verstekvonnis van mei 2016 onrechtmatig is omdat de grond voor ontruiming door betaling in juni 2016 is komen te vervallen en er geen voorbehoud was gemaakt voor latere achterstanden. De woningstichting werd verboden de woning feitelijk te ontruimen vanaf 15.00 uur op de dag van het vonnis. De proceskosten werden gecompenseerd en een dwangsom werd niet opgelegd.
Uitkomst: Woningstichting Hellendoorn is verboden de woning en garagebox feitelijk te ontruimen op basis van het verstekvonnis van mei 2016.