ECLI:NL:RBOVE:2016:3796
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens schulden te kwader trouw en onvoldoende stabiliteit
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. [Verzoeker] heeft een schuldenlast van circa €19.099,18, waarvan een substantieel deel bestaat uit een CJIB-vordering van bijna €10.000, bestaande uit een strafbeschikking en meerdere boetes wegens rijden onder invloed.
Tijdens de zitting verklaarde [verzoeker] dat zijn schulden en problemen voortkomen uit psychosociale en verslavingsproblemen, waaronder alcohol- en drugsverslaving, waarvoor hij meerdere malen klinisch behandeld is. Ondanks zijn motivatie en werk met behoud van uitkering, is hij recent nog meerdere keren aangehouden voor rijden onder invloed. De bewindvoerder en persoonlijk begeleidster bevestigden zijn problematiek en inspanningen.
De rechtbank oordeelde dat de schulden te kwader trouw zijn ontstaan, gelet op het gebruik van kentekens van anderen om overtredingen te plegen, en dat onvoldoende is aangetoond dat [verzoeker] zijn verslaving en psychosociale problemen onder controle heeft. Hierdoor acht de rechtbank het risico groot dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal kunnen nakomen. Toelating zou leiden tot voortijdige beëindiging en een langdurig verbod op hernieuwd verzoek. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder c, Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens schulden te kwader trouw en onvoldoende aannemelijkheid dat verplichtingen kunnen worden nagekomen.