Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
Partijen, gehuwd naar Iraans recht, zijn gescheiden en betrokken bij een geschil over de mehriye, een Iraanse bruidsschat. De vrouw heeft een aanspraak op de mehriye in Iran laten vaststellen, maar de man weigerde betaling, wat leidde tot zijn gijzeling in Iran.
In een kort geding sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarbij de man een voorschot op de mehriye zou betalen en de vrouw haar advocaat opdracht zou geven om zijn vrijlating te bewerkstelligen. De man verliet Iran later illegaal en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk wegens vermeende niet-nakoming door de vrouw.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw haar verplichtingen is nagekomen door opdracht te geven aan haar advocaat en dat de man onvoldoende feiten heeft gesteld die wanprestatie of wilsgebreken aantonen. Ook is onvoldoende aannemelijk dat de vrouw geen belang heeft bij executie.
De vordering tot schorsing van de executie wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen.