ECLI:NL:RBOVE:2016:3130
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie na langdurige echtscheiding en financiële zelfstandigheid vrouw
Partijen zijn in 1986 gehuwd en in 2010 gescheiden. De vrouw verzoekt de rechtbank om een bijdrage in haar levensonderhoud van €1.000 per maand, gebaseerd op een behoefte die gerelateerd is aan het netto besteedbaar gezinsinkomen uit 2010.
De man betwist dat de behoefte van de vrouw nog gerelateerd moet worden aan het huwelijk en stelt dat de behoefte is verbleekt doordat de vrouw financieel zelfstandig is geworden. De vrouw erkent een fout in haar verzoek en stelt een lagere behoefte van €1.481,17 netto per maand, waarvan zij nog een resterende behoefte van €147,17 heeft na eigen inkomsten.
De rechtbank overweegt dat de maximale duur voor partneralimentatie in beginsel 12 jaar is en dat de lotsverbondenheid afneemt naarmate partijen langer uit elkaar zijn. Gezien het tijdsverloop van ruim 6 jaar sinds de echtscheiding en de financiële zelfstandigheid van de vrouw, is er geen sprake meer van een band met het huwelijk. De rechtbank acht het niet redelijk dat de man moet voorzien in de teruggelopen inkomsten van de vrouw en wijst het verzoek af. Elk van de partijen draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een band met het huwelijk en de financiële zelfstandigheid van de vrouw.