ECLI:NL:RBOVE:2016:3077
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging sanctie voor niet-verzekerde elektrische fiets met motorvermogen boven 0,25 kW
Betrokkene kreeg een sanctie van €330 opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een WA-verzekering voor zijn elektrische fiets met een motorvermogen van 0,35 kW, wat volgens de wet een verzekeringsplichtige motorrijtuig betreft. Betrokkene en zijn vrouw hadden de fietsen kort onverzekerd, omdat zij dachten dat zolang de fietsen in de berging stonden, geen verzekering nodig was. De verzekeringsaanvraag was gedaan met ingang van de dag dat de fietsen in gebruik werden genomen, en er was voorlopige dekking.
De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, stellende dat betrokkene op de hoogte had moeten zijn van de verzekeringsplicht en dat de boete terecht was opgelegd. De kantonrechter oordeelde echter dat de beslissing van de officier van justitie onvoldoende gemotiveerd was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met de bijzondere omstandigheden, waaronder de korte duur van het niet verzekerd zijn en het feit dat de fietsen in de berging stonden.
De kantonrechter onderzocht de regelgeving en concludeerde dat de verzekeringsplicht geldt voor fietsen met een motorvermogen boven 0,25 kW, ongeacht of het voertuig als bromfiets of fiets wordt aangemerkt. De kantonrechter constateerde ook dat de informatievoorziening op internet en bij de overheid over de verzekeringsplicht voor elektrische fietsen ontoereikend is, wat een onthutsend beeld gaf.
Uiteindelijk werd het beroep gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot €100. De kantonrechter benadrukte dat onwetendheid van de wet geen excuus is, maar dat de boete in dit geval disproportioneel was gezien de omstandigheden. Betrokkene kreeg het teveel betaalde bedrag terugbetaald.
Uitkomst: De sanctie voor het niet verzekeren van de elektrische fiets wordt gematigd van €330 naar €100.