ECLI:NL:RBOVE:2016:2221
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Kinderrechter belast gezinsvoogdijinstelling met toestemming medische behandeling minderjarige
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over een minderjarige die sinds 2011 in een gezinshuis verblijft onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). De GI verzoekt om het gezag over de toestemming voor medische behandeling over te hevelen naar haar, omdat de moeder weigert in te stemmen met medicatie die de angst en boosheid van het kind zou verminderen.
De kinderrechter weegt het belang van het kind en constateert dat eerdere therapieën onvoldoende effect hadden en dat medicatie als laatste hulpmiddel noodzakelijk is. De moeder erkent de klachten niet en weigert toestemming, mede op advies van haar huisarts, wat tegenstrijdig wordt bevonden gezien haar eerdere instemming met andere behandelingen.
Gelet op de problematiek van het kind, de noodzaak van medische behandeling en het ontbreken van alternatieven, besluit de kinderrechter de GI het gezag te geven over toestemming voor medische behandeling tot het einde van de ondertoezichtstelling. Deze maatregel is proportioneel en noodzakelijk voor het welzijn van het kind.
Uitkomst: De kinderrechter belast de gecertificeerde instelling met het gezag over toestemming voor medische behandeling van de minderjarige tot het einde van de ondertoezichtstelling.