ECLI:NL:RBOVE:2016:1994

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 mei 2016
Publicatiedatum
6 juni 2016
Zaaknummer
C/08/186057 / KG ZA 16-160
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • W.K.F. Hangelbroek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvullend vonnis tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad in civiele zaak

In deze civiele zaak heeft eiser Haafkes q.q. verzocht om het vonnis van 13 mei 2016 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De voorzieningenrechter heeft gedaagde partijen in de gelegenheid gesteld om zich over dit verzoek uit te laten, waarop zij bezwaar maakten.

De voorzieningenrechter stelt vast dat in de oorspronkelijke dagvaarding uitvoerbaarverklaring bij voorraad was gevorderd en dat daartegen geen verweer is gevoerd. Door verzuim is op deze vordering niet beslist, terwijl deze als niet weersproken had moeten worden toegewezen.

Het verzoek wordt aangemerkt als een aanvulling ex artikel 32 Rv Pro en niet als een verbetering ex artikel 31 Rv Pro, omdat de oorspronkelijke vordering niet expliciet is behandeld. Ondanks dat er hoger beroep is ingesteld, staat dit de toewijzing niet in de weg.

De voorzieningenrechter besluit het vonnis van 13 mei 2016 aan te vullen met de verklaring dat het uitvoerbaar bij voorraad is, en legt partijen op de ontvangen stukken aan de griffie te retourneren.

Uitkomst: Het vonnis van 13 mei 2016 wordt aangevuld met de verklaring dat het uitvoerbaar bij voorraad is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer : C/08/186057 / KG ZA 16-160
Aanvullend vonnis van 27 mei 2016
in de zaak van
MR. WILHELMUS HENDRIKUS JOHANNES MARIA HAAFKES,
eiser,
hierna te noemen Haafkes q.q.,
advocaat: mr. W.H.J.M. Haafkes te Hengelo (O),
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 1],
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagden,
hierna te noemen [gedaagde 1] c.s.,
verschenen in persoon.

1.Het verzoek tot herstel c.q. aanvulling

1.1.
Bij emailbericht van 19 mei 2016 heeft Haafkes q.q. aan de voorzieningenrechter verzocht om het op 13 mei 2016 in deze zaak gewezen vonnis (alsnog geheel) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft [gedaagde 1] c.s. in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.3.
Bij e-mailbericht van 23 en 25 mei 2016 heeft [gedaagde 1] c.s. aan de voorzieningenrechter bericht bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

2.De beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat Haafkes q.q. in de inleidende dagvaarding uitdrukkelijk uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft gevorderd van de gehele vordering. Door [gedaagde 1] c.s. is tegen die vordering geen verweer gevoerd. Er is verzuimd op die vordering te beslissen en die vordering zou als niet weersproken - en evenmin in strijd met de wet - ook zijn toegewezen.
2.2.
De voorzieningenrechter merkt het onderhavige verzoek aan als een verzoek om aanvulling ex artikel 32 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en niet als een verzoek om verbetering ex artikel 31 Rv Pro, nu zich het geval voordoet dat aan voornoemde vordering geen overwegingen zijn gewijd noch daarop uitdrukkelijk is beslist.
2.3.
Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter het verzoek dan ook toewijzen. Dat [gedaagde 1] c.s. reeds hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van
13 mei 2016 staat aan toewijzing van het verzoek niet in de weg.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat r.o. 4.3. van het op 13 mei 2016 tussen Haafkes q.q. en [gedaagde 1] c.s. gewezen vonnis luidt:
“4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad”.
3.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 27 mei 2016 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 13 mei 2016,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 13 mei 2016 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2016.