Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak heeft eiser Haafkes q.q. verzocht om het vonnis van 13 mei 2016 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De voorzieningenrechter heeft gedaagde partijen in de gelegenheid gesteld om zich over dit verzoek uit te laten, waarop zij bezwaar maakten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat in de oorspronkelijke dagvaarding uitvoerbaarverklaring bij voorraad was gevorderd en dat daartegen geen verweer is gevoerd. Door verzuim is op deze vordering niet beslist, terwijl deze als niet weersproken had moeten worden toegewezen.
Het verzoek wordt aangemerkt als een aanvulling ex artikel 32 Rv Pro en niet als een verbetering ex artikel 31 Rv Pro, omdat de oorspronkelijke vordering niet expliciet is behandeld. Ondanks dat er hoger beroep is ingesteld, staat dit de toewijzing niet in de weg.
De voorzieningenrechter besluit het vonnis van 13 mei 2016 aan te vullen met de verklaring dat het uitvoerbaar bij voorraad is, en legt partijen op de ontvangen stukken aan de griffie te retourneren.
Uitkomst: Het vonnis van 13 mei 2016 wordt aangevuld met de verklaring dat het uitvoerbaar bij voorraad is.