ECLI:NL:RBOVE:2016:1812

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2016
Publicatiedatum
26 mei 2016
Zaaknummer
08/760033-16
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Poging tot afpersing en zware mishandeling met vlucht en vernieling

Op 27 januari 2016 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in een winkel en een poging tot zware mishandeling van drie personen, waaronder twee jonge kinderen, terwijl hij in een auto wegvluchtte van de winkel die hij poogde te overvallen. Tijdens zijn vlucht bestuurde hij de auto onder invloed van alcohol en vernielde hij twee metalen palen van de gemeente Enschede en de auto van een ander. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de problematiek van de verdachte, waaronder een alcoholverslaving en zwakbegaafdheid. De rechtbank heeft bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een meldplicht en een klinische behandeling voor maximaal 18 maanden. De vordering van de benadeelde partij is deels toegewezen, waarbij de verdachte is veroordeeld tot betaling van € 3.100,-- voor de schade aan de auto van de benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer (P): 08/760033-16
Datum vonnis: 26 mei 2016
Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
nu verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Almelo, Almelo, Bornsestraat 333.

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 mei 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 27 januari 2016 te Enschede schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1: primair:poging diefstal met (bedreiging met) geweld bij de Primerawinkel van mevrouw [slachtoffer 1];
subsidiair:poging tot afpersing van die [slachtoffer 1];
feit 2:poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4];
feit 3:met teveel alcohol op in een auto rijden;
feit 4:vernieling van twee palen van de gemeente Enschede en de auto van [slachtoffer 5].
Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 27 januari 2016 te Enschede
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen
een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of
de Primera (filiaal [adres]), in elk geval aan een ander of anderen
dan aan verdachte,
en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen
en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1]
, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden,
gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door tegen die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te zeggen/roepen:
-"kassa open" en/of
-"kassa open nu" en/of
-(daarbij) die [slachtoffer 1] een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of
puntig en/of snijdend voorwerp te tonen/voor te houden en/of voornoemd mes,
althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp
dreigend/zwaaiend/snijdend in de richting van die [slachtoffer 1] te bewegen
(teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] op de alarmknop zou drukken) en/of
-(als die [slachtoffer 1] tegen verdachte zegt de politie te gaan bellen)
te zeggen/roepen tegen die [slachtoffer 1]; - dat moet je vooral doen, ik kom
terug"
terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou
kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat
hij op of omstreeks 27 januari 2016 te Enschede
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdríjf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk
geval van enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of de Primera (filiaal
[adres]), in elk
geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
door tegen die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te zeggen/roepen:
-"kassa open - en/of
-"kassa open nu" en/of
-(daarbij) die [slachtoffer 1] een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of
puntig en/of snijdend voorwerp te tonen/voor te houden en/of voornoemd mes,
althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp
dreigend/zwaaiend/snijdend in de richting van die [slachtoffer 1] te bewegen
(teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] op de alarmknop zou drukken) en/of
-(als die [slachtoffer 1] tegen verdachte zegt de politie te gaan bellen)
te zeggen/roepen tegen die [slachtoffer 1]; "dat moet je vooral doen, ik kom
terug",
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 27 januari 2016 te Enschede
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 2](geb. [geboortedag] 1980) en/of [slachtoffer 3](geb [geboortedag]
2011) en/of [slachtoffer 4](geboren [geboortedag] 2014)
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
door opzettelijk met een door hem (verdachte) bestuurde auto met hoge
snelheid, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter
plaatse en/of zonder bijzondere voorzichtigheid in acht te nemen, terwijl hij
-verdachte- verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de
Wegenverkeerswet 1994 en/of in het geheel niet in het bezit was van een geldig
rijbewijs, is aangereden, aangegleden of gebotst tegen een voor hem
-verdachte- rijdende (bak)fiets, waarin/waarop genoemde personen ([slachtoffer 2]
met zijn twee kleine zoontjes) waren gezeten
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
(na wijziging)
hij/zij op of omstreeks 27 januari 2016 te Enschede als bestuurder
van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig
gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn/haar adem
bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van
de Wegenverkeerswet 1994, 655 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram,
alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
4.
(na wijziging)
hij op of omstreeks 27 januari 2016 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk
-2 (twee) metalen palen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan de Gemeente Enschede en/of [aangever], en/of
-een auto, merk Volkswagen, type Golf, kleur blauw (waarvoor het kenteken [kenteken]
is afgegeven), in elk geval enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan [slachtoffer 5],
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of
beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

3.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 subsidiair, 2, 3 en 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in preventieve hechtenis heeft doorgebracht, met daaraan verbonden als bijzondere voorwaarden een meldplicht en klinische opname.
De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]. Tevens heeft de officier van justitie de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

4.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5.De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken.
In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District Twente, Basisteam Twente-Midden, met nummer PL0600-2016046129-1. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
5.1
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitieacht het onder 1 subsidiair, 2, 3 en, 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangiftes, de camerabeelden, de foto’s en de getuigenverklaringen in het dossier.
De verdedigingstelt zich op het standpunt dat verdachte bij het plegen van de ten laste gelegde misdrijven een forse hoeveelheid alcohol had genuttigd en dat hij die dag medicatie had gebruikt. De verdediging stelt zich voorts op het standpunt dat verdachte niet aan te merken is als een ontkennende verdachte voor wat betreft de ten laste gelegde feiten.
5.3
De bewijsoverwegingen van de rechtbank
Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1 subsidiair, 2, 3 en 4 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
het proces-verbaal van verhoor van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;
het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], van 27 januari 2016, pag. 1 t/m 4;
het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1], van 27 januari 2016, pag. 210 t/m 201;
het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], van 30 januari 2016, pag. 195 t/m 197;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever], van 3 februari 2016, pag. 199 t/m 200;
het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2], van 29 januari 2016, pag. 208 t/m 209;
het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3], van 27 januari 2016 pag. 202;
het proces-verbaal van aanhouding van 27 januari 2016, pag. 74 t/m 75.
het proces-verbaal van rijden onder invloed van 27 januari 2016 (inclusief de bijlage alcoholtest), pag. 186 t/m 189.
5.4
De conclusie
De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 27 januari 2016 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich te bevoordelen door bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan de Primera (filiaal [adres]), door tegen die [slachtoffer 1] te zeggen/roepen:
-"kassa open” en
-"kassa open nu" en
-(daarbij) die [slachtoffer 1] een snijdend voorwerp te tonen/voor te houden en voornoemd snijdend voorwerp dreigend in de richting van die [slachtoffer 1] te bewegen
en te zeggen/roepen tegen die [slachtoffer 1]; "dat moet je vooral doen, ik kom
terug", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op 27 januari 2016 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag] 1980) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedag] 2011) en [slachtoffer 4] (geboren [geboortedag] 2014) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door opzettelijk met een door hem (verdachte) bestuurde auto met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en zonder bijzondere voorzichtigheid in acht te nemen, terwijl hij - verdachte - verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 en in het geheel niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, is aangereden tegen een voor hem -verdachte - rijdende (bak)fiets, waarin/waarop genoemde personen ([slachtoffer 2] met zijn twee kleine zoontjes) waren gezeten terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op 27 januari 2016 te Enschede als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 655 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
4.
hij op 27 januari 2016 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk
- 2 ( twee) metalen palen, toebehorende aan de Gemeente Enschede en
- een auto, merk Volkswagen, type Golf, kleur blauw (waarvoor het kenteken
[kenteken] is afgegeven), toebehorende aan [slachtoffer 5], heeft vernield.
De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 302, 317, 350 Wetboek van Strafrecht en artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 subsidiair
het misdrijf: poging tot afpersing;
feit 2
het misdrijf: poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994;
feit 4
het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8.De op te leggen straf of maatregel

8.1
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.
Verdachte heeft zich op 27 januari 2016 schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in een winkel en een poging tot zware mishandeling van een drietal personen, waaronder twee jonge kinderen terwijl hij in een auto wegvluchtte van de winkel die hij poogde te overvallen. Daarbij heeft verdachte zich ook nog eens schuldig gemaakt aan een alcoholdelict door die auto te besturen terwijl hij dronken was. Tevens heeft verdachte op zijn vlucht twee metalen palen van de gemeente Enschede en de vluchtauto, die niet van hem was, vernield. Dergelijke feiten, gepleegd op een voor het publiek toegankelijke plek, schokken de rechtsorde en dragen bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Dat is in deze zaak ook gebleken uit de verklaringen in het dossier en de toelichting bij de vordering van een benadeelde partij. Daarnaast laat het zich raden dat de feiten voor de slachtoffers gebeurtenissen moeten zijn geweest, die – naast materiële schade en ongemak – ook de nodige ontreddering met zich mee zal hebben gebracht.
Bij het bepalen van een straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 15 april 2016. Hieruit blijkt dat verdachte een fors strafblad heeft met meerdere geweldsdelicten en alcoholgerelateerde delicten.
De rechtbank houdt voorts rekening met het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 4 mei 2016, opgesteld door M. Hendriks, reclasseringswerker en het Pro Justitia rapport van 1 oktober 2013 van P.K. Kristensen, GGZ-psycholoog.
Uit de reclasseringsrapportage komt naar voren dat de verdachte een 31-jarige man is met een zwakbegaafd/ LVB (Licht Verstandelijk Beperkt)-niveau. Ten tijde van de delicten was verdachte zwaar onder invloed van alcohol en medicatie. Verdachte kampt met een forse alcoholverslaving.
De combinatie van een aantal onstabiele leefgebieden en het niet abstinent kunnen zijn van alcohol, is een groot risico voor recidive. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog wanneer verdachte zijn alcoholverslaving niet onder controle weet te krijgen.
Verdachte heeft in het verleden eveneens problemen gekend ten aanzien van cocaïne en
cannabisgebruik. Een aantal jaren geleden is verdachte gestopt met het gebruik van
harddrugs en gebruikt hij alleen nog cannabis. Verdachte rookt gemiddeld drie joints per
dag, hetgeen naar zijn zeggen een kalmerende werking op hem heeft.
Gezien de ernst van de problematiek van verdachte is klinische opname noodzakelijk,
ten behoeve van detoxicatie, diagnostiek en behandeling. Gezien het feit dat twee
eerdere opnames op open behandelafdelingen wegens omstandigheden in het privéleven van
verdachte voortijdig werden afgebroken door hemzelf, wordt geadviseerd verdachte in een verplicht kader in een gesloten setting op te laten nemen. In overleg met de
reclasseringswerker van verdachte (mw. Ö. Colak) lijkt Trajectum te Rekken hiervoor de
meest aangewezen instelling. Het Johannes Wierhuis in Rekken heeft weliswaar de
voorkeur van verdachte, maat biedt niet de geslotenheid die voor verdachte
noodzakelijk wordt geacht, en evenmin de benodigde expertise vanwege de psychische
en verslavingsproblematiek in combinatie met het zwakbegaafde/ LVB-niveau van verdachte.
Uit het Pro Justitia rapport komt verder naar voren dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de vorm van ADHD met hyperactiviteit en polymiddelenafhankelijkheid (in remissie). Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis NAO. De oplossende vaardigheden van verdachte zijn gering; hij kan probleemsituaties niet overzien.
De gezondheidspsycholoog concludeert dat het aannemelijk is dat er sprake is van een sterk verband tussen de complexe problematiek van verdachte en het tenlastegelegde en daarom wordt geadviseerd om verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
De rechtbank neemt de conclusies over van de deskundigen en maakt deze tot de hare.
Het vorenstaande overwegend en daarbij de oriëntatiepunten van de LOVS in haar beschouwingen betrekkend, acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een klinische behandeling voor de duur van maximaal 18 maanden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

9.De schade van benadeelden

9.1
De vordering van de benadeelde partij
Mr. E. Koudijs, advocaat te Rotterdam, heeft namens de benadeelde partij, [slachtoffer 5] zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.705,--. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
  • schade auto Volkswagen Golf ad € 3.100,--;
  • proceskosten ad € 605,--.
Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan (de auto van) [slachtoffer 5]. Gelet op de onderbouwing van de vordering komt de rechtbank vergoeding van materiële schade billijk voor. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.100,--. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.
Wat betreft het verzoek om toewijzing van de proceskosten van € 605,--, is de rechtbank van oordeel dat de gestelde schade door de benadeelde partij niet voldoende is onderbouwd. Met name is niet gebleken dat de rekening van de rechtsbijstand ook daadwerkelijk door de benadeelde partij is, of moet worden voldaan, nu uit de stukken blijkt dat de raadsman is ingeschakeld door SRK Rechtsbijstand. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling op dit punt nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost proceskosten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
9.2
De schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4 is toegebracht.

10.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 91, Sr en 176 en 178 WVW1994.

12.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak/bewezenverklaring
  • verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde onder feit 1 heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • verklaart bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
  • feit 1 subsidiair
het misdrijf: poging tot afpersing;
-
feit 2
het misdrijf: poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;
-
feit 3
het misdrijf: overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994
;
-
feit 4
het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd
;
- verklaart verdachte strafbaar voor het tenlastegelegde onder feit 1 subsidiair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt verdachte tot een
  • bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later tenuitvoerlegging daarvan gelast:
- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • stelt als
  • stelt als
  • bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
  • veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • legt de
  • bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 5], niet-ontvankelijk is in haar vordering voor wat betreft de proceskosten en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten tot op heden op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. M. Melaard, en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2016.