ECLI:NL:RBOVE:2016:1562
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vader in detentie krijgt eenhoofdig gezag over drie minderjarige kinderen
De vader en moeder hebben vier minderjarige kinderen, waarvan de moeder het gezag heeft over drie kinderen en beiden gezamenlijk het gezag over één kind. De vader zit in detentie en de kinderen wonen grotendeels bij de vader en zijn partner, de stiefmoeder. De moeder kampt met verslavingsproblemen en wordt door de gecertificeerde instelling niet als geschikt gezien om het gezag uit te oefenen.
De vader verzocht om eenhoofdig gezag over drie kinderen, waarbij de moeder dit verzoek afwees. De gecertificeerde instelling adviseerde dat het gezag niet aan de vader kon worden toegekend zolang hij gedetineerd was, en gaf de voorkeur aan een neutrale derde als voogd. De kinderen zelf gaven aan het gezag aan hun vader te willen toekennen en het goed te hebben bij de stiefmoeder.
De kinderrechter oordeelde dat het belang van de kinderen voorop staat en dat het gezamenlijk gezag niet wenselijk is vanwege communicatieproblemen en het risico dat de kinderen klem komen te zitten. De feitelijke verzorging door de vader en stiefmoeder en de wensen van de kinderen wegen zwaar mee. Daarom werd het verzoek van de vader toegewezen en werd hij belast met het eenhoofdig gezag over de drie kinderen.
Uitkomst: De vader wordt belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen.