Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of
en/of
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De bewijsoverwegingen
"1. Als schuldig aan mensenhandel wordt (…) gestraft:
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 32-jarige man die werd verdacht van mensenhandel met betrekking tot een minderjarige. De tenlastelegging betrof onder meer het vervoeren, huisvesten en het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van het slachtoffer. De verdachte zou tussen mei 2014 verschillende handelingen hebben verricht die volgens het Openbaar Ministerie duidden op mensenhandel.
Tijdens de zittingen op 25 februari en 12 april 2016 heeft de rechtbank alle bewijsstukken en standpunten van partijen gewogen. De rechtbank stelde vast dat verdachte het slachtoffer heeft gehuisvest en vervoerd, maar dat niet kon worden bewezen dat hij wist dat het slachtoffer in de prostitutie werkte of dat hij voordeel trok uit seksuele uitbuiting.
De rechtbank oordeelde dat het vereiste oogmerk van uitbuiting ontbrak en dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte handelingen had verricht die het slachtoffer ertoe brachten zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke grondslag ontbrak. De rechtbank benadrukte dat de benadeelde partij haar civiele vordering bij de burgerlijke rechter kan voortzetten.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle op 26 april 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mensenhandel met minderjarige.