ECLI:NL:RBOVE:2016:1166
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling beroep tegen boete negeren rood verkeerslicht
De zaak betreft een beroep tegen een boete van €230 wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 30 december 2014 in Enschede. De kentekenhouder, een groot autoleasebedrijf, machtigde de gebruiker van de leaseauto om namens hen beroep in te stellen. Deze gebruiker machtigde vervolgens een beroepsmatige rechtsbijstandverlener om het beroep te voeren. De officier van justitie stelde dat de machtiging onvoldoende was en het beroep niet ontvankelijk moest worden verklaard.
De kantonrechter oordeelde echter dat het beroep tijdig en ontvankelijk was ingesteld. De machtiging was voldoende, aangezien het autoleasebedrijf de gebruiker had gemachtigd en deze op zijn beurt de gemachtigde had gemachtigd. De kantonrechter stelde vast dat de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant voortduurde op basis van geldende regelgeving.
Inhoudelijk werd geoordeeld dat het verkeerslicht op rood stond toen de auto de stopstreep passeerde, hetgeen werd bevestigd door foto’s en het zaakoverzicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ontvankelijk en gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd, het administratief beroep wordt ongegrond verklaard en de officier van justitie wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.