ECLI:NL:RBOVE:2016:1062
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gijzeling wegens onvoldoende onderbouwing betalingsonwil
De officier van justitie diende een vordering in tot gijzeling van betrokkene wegens het niet betalen van een opgelegde boete. Volgens de officier was er sprake van onwil en kon betrokkene betalen. Betrokkene werd in de gelegenheid gesteld zich te verdedigen, maar verscheen niet, evenals de officier van justitie.
De kantonrechter overwoog dat het niet betalen van de boete ook kan voortkomen uit onvermogen en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende bewijs boden voor betalingsonwil. Het verslag bij de vordering gaf geen concrete aanwijzingen over het vermogen of de financiële situatie van betrokkene. Er was geen bewijs van beschikbare vermogensbestanddelen of inkomsten waarop beslag kon worden gelegd.
De kantonrechter concludeerde dat de officier onvoldoende feiten had aangevoerd om aan te tonen dat betrokkene de boete bewust niet wilde voldoen. Ook was niet gebleken van insolventie of bewindvoering. Daarom werd de vordering tot gijzeling afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonwil.