ECLI:NL:RBOVE:2015:972
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen uitvoer MDMA en voorbereidingshandelingen Opiumwet
Verdachte werd verdacht van medeplegen van de uitvoer van ongeveer 940 gram MDMA en medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot een misdrijf onder artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet. De feiten zouden zich hebben voorgedaan tussen oktober en november 2013 op diverse locaties in Nederland en mogelijk daarbuiten.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk. Tijdens de zittingen op 21 oktober 2014 en 10 februari 2015 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van beide partijen. De verdediging pleitte vrijspraak.
De rechtbank concludeerde dat hoewel er aanwijzingen waren die op betrokkenheid van verdachte wezen, er geen wettig en overtuigend bewijs was dat een rechtstreeks verband legde tussen verdachte en de aangetroffen harddrugs en versnijdingsmiddelen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen uitvoer MDMA en voorbereidingshandelingen.