Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], te Deventer, eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder.
[belanghebbende], te Deventer,
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Deventer om niet handhavend op te treden tegen een zonder omgevingsvergunning geplaatste erfafscheiding op zijn perceel. De erfafscheiding overschrijdt de vergunningsvrije hoogte met 0,86 meter en is geplaatst aan de voorzijde van de woning.
De rechtbank overweegt dat het bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan en dat verweerder in beginsel bevoegd is tot handhaving. Echter, handhavend optreden wordt als onevenredig beschouwd gezien de geringe omvang en visuele impact van de overtreding, het ontbreken van aantoonbare belangenbeschadiging en het feit dat het bouwwerk al 4,5 jaar aanwezig is zonder klachten.
Eiser heeft procedurele bezwaren ingebracht over de besluitvorming en het horen van partijen, maar deze worden gepasseerd omdat geen benadeling is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich redelijk heeft opgesteld door af te zien van handhaving en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van handhavend optreden wordt ongegrond verklaard.