ECLI:NL:RBOVE:2015:5871

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
9 september 2016
Zaaknummer
C08/15/391 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c FwArt. 350 lid 5 FwArt. 351 FwArt. 361 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen

De rechtbank Overijssel heeft op 29 september 2015 uitspraak gedaan over een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [A]. De bewindvoerder had het verzoek ingediend omdat [A] onvoldoende medewerking verleende, onder meer door het niet tijdig verstrekken van bankafschriften en het niet informeren over een Kreidler brommer op zijn naam. Tevens had [A] nagelaten te solliciteren, ondanks toezeggingen daartoe.

Tijdens de zitting verklaarde de bewindvoerder dat zij inmiddels de benodigde bankafschriften had ontvangen, maar dat [A] verder weinig contact zocht en geen sollicitaties kon overleggen. [A] gaf aan kwaad te zijn op de bewindvoerder vanwege het blokkeren van zijn pinpas en gaf aan niet te solliciteren omdat hij vond dat banen naar Syrische vluchtelingen moesten gaan. Ook was er onduidelijkheid over het bezit van de brommer.

De rechtbank oordeelde dat de informatieplicht van [A] niet naar behoren was nagekomen en dat hij geen saneringsgezinde houding toonde. Gezien het ontbreken van vertrouwen dat [A] zijn sollicitatieplicht zou nakomen, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. De regeling eindigt op de dag dat het vonnis in kracht van gewijsde treedt. Tevens werd de vergoeding en het salaris van de bewindvoerder vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling van [A] wegens niet-nakoming van verplichtingen en stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht
Zittingsplaats Almelo
insolventienummer: C08/15/391 R
uitspraakdatum: 29 september 2015 (mbh)
Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregeling van:

[A] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
thans wonende te [woonplaats] , [adres] .
In deze schuldsaneringsregeling is M.L. Wijlens, werkzaam bij Robers Advocaten te Hengelo (O), tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De bewindvoerder heeft bij brief van 16 juli 2015 bericht over de stand van zaken in deze schuldsaneringsregeling. Die brief is, met goedvinden van de bewindvoerder, aangemerkt als een verzoek tot tussentijdse beëindiging.
De bewindvoerder heeft bij brief van 21 augustus 2015 de laatste stand van zaken doorgegeven.
Het verzoek tot tussentijdse beëindiging is behandeld ter zitting van 22 september 2015, waar [A] en de bewindvoerder zijn verschenen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

De beoordeling

Het – zakelijk weergegeven - verzoek van de bewindvoerder:
Het is de bewindvoerder gebleken dat:
  • [A] meerdere stukken niet overlegt, hoewel de bewindvoerder hem bij het huisbezoek uitdrukkelijk om die stukken heeft gevraagd;
  • [A] een Kreidler brommer op zijn naam heeft staan, waarover hij de bewindvoerder niet heeft geïnformeerd;
  • [A] geen informatie verstrekt over zijn sollicitaties.
Uit de brief van de bewindvoerder van 21 augustus 2015 blijkt dat de bewindvoerder, ondanks mondelinge toezegging van [A] van 12 augustus 2015, behoudens twee e-mails met bankafschriften waarvan één e-mail niet te raadplegen was, niets meer van zich heeft laten horen.
Bewijsstukken dat [A] heeft gesolliciteerd heeft de bewindvoerder evenmin ontvangen.
Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat zij inmiddels beschikt over de bankafschriften. [A] komt wel op kantoor om de post op te halen, maar de bewindvoerder hoort of ziet niets van hem. De bewindvoerder heeft tot op dit moment geen sollicitaties gezien.
Het – zakelijk weergegeven – standpunt van [A] :
[A] is kwaad geworden op de bewindvoerder omdat zijn pinpas was geblokkeerd. Het vertrouwen van [A] in de bewindvoerder was op dat moment weg. [A] zag de brief waarin de bewindvoerder om informatie vroeg als een dreigement.
De Kreidler is van de zoon van [A] . De brommer staat op naam van [A] omdat de zoon zich anders scheel betaalt aan verzekering. [A] heeft geen contact meer met zijn zoon en weet ook niet of die de brommer nog heeft.
[A] heeft niet gesolliciteerd. Hij wordt volgende week 61 jaar en als er een baan mocht vrijkomen dan gaat die naar de Syrische vluchtelingen.
De overwegingen van de rechtbank:
Ten aanzien van het niet naar behoren verstrekken van gegevens aan de bewindvoerder, in het bijzonder bankafschriften en gegevens over de Kreidler overweegt de rechtbank het volgende.
Gebleken is dat [A] de bewindvoerder inmiddels van de bankafschriften heeft voorzien en informatie over de Kreidler heeft verstrekt.
Niettemin is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging moet worden toegewezen. Dat is niet alleen omdat de bewindvoerder onevenredig veel tijd kwijt was om de hierboven genoemde gegevens van [A] te krijgen (de informatieplicht houdt in dat [A] gevraagd én ongevraagd de informatie moet verschaffen die voor de schuldsaneringsregeling van belang kan zijn en niet dat hij mondjesmaat reageert op voortdurende verzoeken van de bewindvoerder) maar ook omdat is komen vast te staan, [A] heeft dit immers toegegeven, dat [A] niet heeft gesolliciteerd. De rechtbank acht dit te meer verwijtbaar omdat [A] op de zitting waarop zijn schuldsaneringsverzoek werd behandeld heeft toegezegd te zullen solliciteren, nadat hij op die zitting door de rechtbank daarover is onderhouden.
Gelet op de thans door [A] ter zitting afgelegde verklaring heeft de rechtbank er echter geen enkel vertrouwen meer in dat [A] , indien deze schuldsaneringsregeling zou worden voortgezet, die sollicitatieplicht zal gaan nakomen. De rechtbank heeft de overtuiging dat [A] , gelet op zijn houding, niet wil solliciteren en dat dus ook niet op een serieuze wijze zal gaan doen. Het ontbreekt [A] aan een saneringsgezinde houding.
Dit laatste is voor de rechtbank dan ook reden om de duur van de schuldsaneringsregeling niet te verlengen, maar om de schuldsaneringsregeling nu tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 derde Pro lid onder c Fw.
Gebleken is dat er onvoldoende baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Om die reden is artikel 350 vijfde Pro lid Faillissementswet niet van toepassing en zal deze schuldsaneringsregeling eindigen op de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder berekenen en diens salaris vaststellen conform het daartoe door de bewindvoerder ingediende verzoek, een en ander als hiernavolgend te bepalen.

De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- berekent het bedrag van de vergoeding van de bewindvoerder op € 1.443,00 (inclusief onkosten en omzetbelasting);
- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 647,14.
Gewezen door mr. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 september 2015, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. (Art. 351 jo Pro 361 Fw)