ECLI:NL:RBOVE:2015:5787
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang van het kind
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [A] voor de duur van twaalf maanden. De ouders en de minderjarige stemden in met het verzoek. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgpunten die een ernstige bedreiging vormen voor de ontwikkeling van [A] voldoende zijn onderbouwd en niet met vrijwillige hulpverlening kunnen worden weggenomen.
Hoewel de Raad een besluit van het college van burgemeester en wethouders overlegde waarin mandaat werd verleend om een besluit als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet te nemen, ontbrak het daadwerkelijke besluit tot het verstrekken van jeugdhulp. De kinderrechter oordeelde dat op grond van artikel 1:265b, derde lid BW, een machtiging uithuisplaatsing zonder dergelijk besluit kan worden verleend indien het belang van het kind dit vereist.
De kinderrechter stelde [A] onder toezicht van Jeugdbescherming Overijssel en verleende de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, beide voor de duur van twaalf maanden. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2015.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent machtiging tot uithuisplaatsing voor twaalf maanden.