Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
[belanghebbende] ,
Het procesverloop
De vaststaande feiten
Daarnaast stelt de dochter dat zij destijds (toen een verzoek volgens de termijnen nog wel mogelijk was) door de ambtenaar van de burgerlijke stand op het verkeerde been is gezet. Deze heeft haar op dat moment verteld dat een dergelijk verzoek alleen door haar moeder of de man gedaan kon worden. Volgens de dochter wordt de rechtszekerheid niet geschaad door aan de termijn van artikel 1:205 lid 1 BW Pro voorbij te gaan.