Uitspraak
advocaat mr. F.F.P.M. Vermeer te Harderwijk,
advocaat mr. Y. Steeg-Tijms te Amsterdam.
1. In oktober 2008 heeft Maatschap [X] in verband met de bouw van een ligboxenstal en een woonhuis een financiering van € 1.325.000,-- bij Rabobank afgesloten.
De financiering zou in gedeelten worden opgenomen, zodat Maatschap [X] daaruit de kosten van de bouw kon voldoen.
De verwachting was dat de financiering op 1 juli 2009 volledig zou zijn opgenomen.
Deze nieuwe financiering was bijna 4 ½ keer zo groot (z.g. spronginvestering) met niet alleen navenant hogere aflossingsverplichtingen, maar ook een veel groter (variabel) renterisico dan Maatschap [X] tot dan toe gewend was.
Zijdens de Maatschap [X] is aan Rabobank aangegeven dat de Maatschap [X] dat risico niet wenste te lopen en daarom (een deel van) de rente wilde vastzetten.
Immers met het aangaan van een renteswap had de Maatschap [X] de mogelijkheid om op dat moment haar rentelasten voor de toekomst te fixeren en daarmede de gewenste zekerheid tegen stijging van de rente te verkrijgen.
€ 1.060.000,-- (80% van de hoofdsom) voor een periode van (7 of) 10 jaar met gedurende de looptijd een verlaging van telkens € 9.960,-- per kwartaal.
Die presentatie en toelichting vonden plaats met name door [M] , treasury specialiste van Rabobank, aan de hand van dat voorstel en bijbehorende stukken en brochures, die door zowel Maatschap [X] als Rabobank als producties in deze procedure zijn overgelegd.
De Bevestiging van de Renteswap [3] , gedateerd 7 oktober 2008, (op basis van 4.59%) is door de Maatschap [X] eerst op 22 oktober 2008 getekend en vervolgens aan Rabobank geretourneerd.
Daarbij bleek dat [eiser 2] niet alleen nog steeds van mening was, dat de renteswap –wegens dalende rente- te vroeg was gesloten en zijns inziens de Maatschap [X] op “de dure rente” moest kunnen aflossen.
Rabobank heeft toen wederom aangegeven, dat dit niet (versnelde en hogere) aflossing van de gefinancierde hoofdsom zou betreffen, maar het tegensluiten van de renteswap met daaraan navenant verbonden kosten gerelateerd aan de inmiddels lagere rentestand (z.g. negatieve waarde van de renteswap). Daar voelde [eiser 2] echter niet voor.
7. De Maatschap [X] meent dat zij door Rabobank op oneigenlijke gronden is bewogen tot het sluiten van de kredietovereenkomst en de overeenkomst financiële derivaten (waaronder begrepen de renteswap en de daarbij behorende bevestigingen en transacties).
Daarbij is sprake geweest van bedrog, te weten:
I) het manipuleren van Euribor-tarieven, hetgeen Rabobank heeft verzwegen, terwijl zij gehouden was haar klanten daarover te informeren en
II) het opzettelijk verzwijgen van de nadelen en risico’s die verbonden zijn aan het aangaan van derivatenovereenkomsten.
De Maatschap [X] is bewogen tot het aangaan van een kredietovereenkomst en een overeenkomst financiële derivaten door onjuiste inlichtingen van Rabobank, inhoudende dat het product voor de Maatschap [X] aantrekkelijk was. Voorts is belangrijke informatie achtergehouden over de Euribor-fraude en de nadelen en risico’s van het product renteswap, met name op het punt van de mogelijkheid tot tussentijdse boetevrije verlaging van de renteswap [4] .
De verdere schade van de Maatschap [X] zal vanaf 1 juli 2015 per kwartaal bekend worden.
12.Het petitum der dagvaarding luidt:1. primair1.1. te vernietigen de kredietovereenkomst d.d. 7 oktober 2008 alsmede de tussen partijen bestaande overeenkomst financiële derivaten en de daaruit voortvloeiende rechtshandelingen, waaronder de renteswap en eventuele (andere) bevestigingen en/of transacties, dan wel de gevolgen van deze overeenkomsten zodanig te wijzigen dat het nadeel van de Maatschap [X] wordt weggenomen.
2.subsidiair
a) het verschil tussen de (kwartaal)bedragen, die de Maatschap [X] aan Rabobank zijn verschuldigd en de bedragen die de Maatschap [X] van Rabobank ontvangen op grond van de afspraken uit de renteswap, waar nodig vermeerderd met de wettelijke rente over elk van deze bedragen, gerekend vanaf de dag dat Rabobank deze bedragen van de Maatschap [X] heeft ontvangen, tot aan de dag der voldoening.
b) het bedrag van de afkoopsom/boete indien de Maatschap [X] voor de datum van ontbinding de omvang (het nominaal bedrag) van de renteswap verlagen.
3.primair en subsidiairRabobank te veroordelen in de kosten van het geding.Het verweer van Rabobank13. Rabobank voert verweer, dat hierna bij de beoordeling aan de orde zal komen.
Voor zover de vorderingen van Maatschap [X] zich op deze overeenkomst richten, zullen deze worden afgewezen.
Deze is in het algemeen c.q. aan de hand van de aan de Maatschap [X] overgelegde bescheiden en zijdens Rabobank gegeven toelichting [7] als volgt te omschrijven:
De Maatschap [X] betaalt aan Rabobank over de hoofdsom van € 1.325.000,--, afnemend in nominale waarde met € 40.000,-/jaar, de variabele Euribor-rente (op basis waarvan de kredietovereenkomst van 7 oktober 2008 was aangegaan).Voorzover de variabele Euribor-rente gedurende een periode van 10 jaar lager is dan het rente(swap)percentage van 4,59%, zal de Maatschap [X] aan Rabobank over diezelfde hoofdsom/resterende nominale waarde desalniettemin een rente van 4,59% moeten vergoeden..Rentebedragen en betalingen onderling worden afhankelijk van de stand van de Euribor in die periode per kwartaal berekend en verrekend.De transactie komt erop neer dat als de Euribor tijdens de looptijd (van 10 jaar) boven 4,59% stijgt, Rabobank netto aan de Maatschap [X] betaalt. Blijft de Euribor daarentegen onder de 4.59% dan betaalt de Maatschap [X] uit hoofde van de transactie netto aan Rabobank.
Allereerst is Rabobank Noord en West Twente U.A. daarbij niet betrokken geweest in de zin dat zij die Euribor-rente gemanipuleerd zou hebben of daarvan zelfs maar wetenschap kan hebben gehad.
Voor zover desondanks enig verband met de Maatschap [X] zou moeten worden aangenomen, heeft te gelden dat Rabobank Nederland één van de tientallen (internationale) bankinstellingen is, die aan de hand van hun (dagelijkse) posities de Euribor bepalen en manipulatie door enige medewerker van Rabobank Nederland hoogstens tot enig promille-effect (zowel neer-als opwaarts) van dat percentage geleid kan hebben, zodat overigens niet eens van enig merkbaar effect op de driemaandelijkse verrekening met de Maatschap [X] kan worden gesproken.
Van het achterhouden van de mogelijkheid voor de Maatschap [X] tot tussentijdse boetevrije verlaging van de renteswap is evenmin gebleken; de documentatie geeft voldoende duidelijk aan dat (ingeval van lagere rente dan Euribor) alsdan de negatieve waarde aan Rabobank dient te worden vergoed.
Die overeenkomsten zijn -na kennelijk verder intern beraad van de Maatschap [X] - twee weken later na ondertekening door de Maatschap [X] op 22 oktober 2008 aan Rabobank geretourneerd.
Daaruit maakt de rechtbank op dat [eiser 2] bijzonder goed begreep dat (ook) de renteswap om dat (lagere) percentage “scharnierde” en uit het tijdsverloop tussen 7 en 22 oktober 2008 valt op te maken dat hij zich in maatschapsverband bij de beslissing tot het vastleggen van de rente heeft neergelegd.
Die termijn ging lopen op zijn vroegst op 7 oktober 2008 en ten laatste na de bespreking op 17 september 2009 [8] en is in die periode door de Maatschap [X] niet gestuit en daarmede terecht als verweer door Rabobank opgeworpen.
Een dergelijke renteswap kan in beginsel niet beschouwd worden als een ingewikkeld en speculatief beleggingsproduct met in potentie onbeheersbare risico’s.
Datzelfde geldt voor de renteswap, die na voorlichting vanwege Rabobank en een ruime termijn voor beraad door de Maatschap [X] eveneens is geaccepteerd.
De rechtbank heeft hiervoor al vastgesteld dat een dergelijke wijze van financiering acceptabel en verantwoord is te achten, derhalve van enig niet voldoen aan een zorgplicht geen sprake is.
Allereerst is een dergelijke lange termijn en (sprong)investering van aanzienlijke omvang in het kader van verstandige bedrijfsvoering niet uitsluitend op variabele rentebasis te financieren, maar is daarvan doorgaans een gedeelte tegen vaste rente aan te gaan.
Het percentage van die (vaste) rente pleegt boven die van de variabele te liggen, zodat die situatie (gedeeltelijk vast, gedeeltelijk variabel) moet worden afgezet tegen die van de renteswap.
Vervroegde of tussentijdse aflossing van het (hogere) vaste rentecontract is doorgaans alleen met een boete mogelijk, hetgeen moet worden afgezet tegen de eventuele negatieve waarde van de renteswap.
Voor zover de Maatschap [X] als geleden nadeel (enkel) wil stellen, dat de gedaalde rente als zodanig beneden het renteswapniveau is gekomen, is dat -gezien vanaf oktober 2008- een redenering die neerkomt op: “het achteraf voorspellen van de toekomst” en dat is altijd makkelijker en ten deze niet relevant.