Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3. De voorvragen
4. De beoordeling van het bewijs
officier van justitieheeft, zakelijk weergegeven, gevorderd:
[slachtoffer 6]tot een bedrag van € 1400,00 en
[slachtoffer 9]tot een bedrag van
[slachtoffer 14]tot een bedrag van € 150,00
[slachtoffer 1]in de vordering.
raadsmanheeft met betrekking tot het ten laste gelegde, zakelijk weergegeven, de volgende standpunten ingenomen:
'dat uit onderzoek van de politieregio Midden Nederland de identiteit van de vrouwen is vastgesteld.'Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit dit proces-verbaal onvoldoende op welke wijze de gestelde herkenning is geschied, zodat de betrouwbaarheid daarvan niet kan worden getoetst. De rechtbank heeft voorts de verdachte ter terechtzitting gezien en haar uiterlijke kenmerken vergeleken met die van de vrouwen op de betreffende stills, in het bijzonder de beelden bij de Rabobank, in het dossier. Dit onderzoek heeft de rechtbank niet zonder meer tot de conclusie gebracht dat verdachte één van de personen is die op deze beelden kunnen worden waargenomen. De identiteit van de vrouwen die aangever hebben aangesproken kan voorts naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld op basis van uitsluitend de signalementen die aangever heeft verschaft. De rechtbank zal, nu de betrokkenheid van verdachte ook niet uit andere bewijsmiddelen is gebleken, verdachte vrijspreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
1.25euro, toebehorende aan
[slachtoffer 6] ,en
1.25euro, toebehorende aan
[slachtoffer 7] ,en
820euro, toebehorende aan
[slachtoffer 8], en
3.273euro, toebehorende aan
[slachtoffer 10], en
2.084,17euro, toebehorende aan
[slachtoffer 12],
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
[slachtoffer 6]zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 1.457,50(zegge: veertienhonderdzevenenvijftig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 4 februari 2014. De vordering betreft deels materiële (€ 1307,50) en deels immateriële (€ 150,00) schade. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
€ 857,50(zegge: achthonderdzevenenvijftig euro en vijftig eurocent). De vordering betreft materiële schade.
€ 218,38(zegge: tweehonderdachttien euro en achtendertig eurocent). De vordering betreft materiële schade.
[slachtoffer 6]de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens dit slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het in de dagvaarding met parketnummer 08.955475.14 onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht.
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 08.955475.14 onder 1 en het in de dagvaarding met parketnummer 08.730354.14 onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
[slachtoffer 9]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
[slachtoffer 14]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
- gelast de
- gelast de
Noot verbalisant: De ING-bank en de Rabo-bank zijn ongeveer zestig meter van elkaar verwijderd.
de rechtbank begrijpt: maart) 2014 omstreeks 16.00 uur heb ik een boodschap gedaan bij drogisterij Etos aan het Handelplein te Nieuw Vennep. Ik heb mijn boodschap afgerekend met mijn bankpas. Toen ik klaar was bij drogisterij Etos ben ik naar mijn personenauto gelopen, nabij het Handelplein. Toen ik vlakbij mijn auto was, kwam een vrouw naar mij toegelopen en deze vrouw vertelde mij dat mijn jas erg vies was op de rug. De vrouw had een tissue bij zich en had mijn jas wat afgeveegd om mij te laten zien wat er op mijn jas zat. Omdat ik net in mijn auto wilde stappen, heb ik mijn jas uitgetrokken en op de stoel naast mij neergelegd. Ik heb een spierziekte waardoor ik minder flexibel ben in mijn handen, ik heb dus wat moeite moeten doen om de jas uit te trekken. Ik heb het vermoeden dat men toen de kans heeft gezien de bankpas uit mijn broekzak weg te nemen. Ik had mijn bankpas opgeborgen in mijn rechterbroekzak. De vrouw heeft nog even om mij heen gestaan en ik denk dat zij ook een dochter bij zich had. Op 15 maart 2014 omstreeks 20.00 uur kwam ik erachter dat ik mijn bankpas niet meer in bezit had. Ik heb op 15 maart 2014 direct mijn bankpas laten blokkeren, maar toen hoorde ik van een medewerker van de bank dat mijn bankpas inmiddels al was geblokkeerd. Ik kreeg te horen dat er diverse bedragen van mijn rekening waren afgeschreven. Via de mail heb ik een overzicht van mijn bankrekening gekregen, hierop is te zien dat de volgende bedragen zijn afgeschreven: