Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De schade van benadeelden
6.De beslissing
[slachtoffer]niet-ontvankelijk is in haar vordering,
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het dwingen van een verstandelijk beperkte speelster tot seksuele handelingen in de periode van september 2012 tot maart 2013. Verdachte was trainer van G-elftallen van een voetbalvereniging en werd beschuldigd van verkrachting en aanranding.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan acht voorwaardelijk, met aanvullende maatregelen. Verdachte ontkende de tenlastelegging en de verdediging betoogde dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende werd ondersteund door bewijs.
Uit het dossier bleek dat verdachte en het slachtoffer seksueel getinte Whatsappcontacten hadden, maar de cruciale beschuldigingen over seksuele handelingen in de bosjes werden door verdachte ontkend en niet ondersteund door getuigen. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de tenlastelegging te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel de primaire als subsidiaire tenlastelegging. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 december 2015.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksuele dwang en verkrachting.