ECLI:NL:RBOVE:2015:5309
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming adoptiekosten wegens onduidelijkheid afronding adoptie
Eisers hebben een kind uit de Filipijnen geadopteerd en verzochten om een tegemoetkoming in adoptiekosten op grond van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). Verweerder wees dit verzoek af omdat de adoptie volgens hem niet was afgerond binnen de gestelde termijn, namelijk tussen 1 januari 2009 en 1 januari 2013.
De rechtbank vernietigde eerder de beslissing op bezwaar wegens een gebrek aan zorgvuldigheid en motivering en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing moest nemen. Verweerder handhaafde de afwijzing met het argument dat de adoptie pas was afgerond bij de definitieve uitspraak van de bevoegde autoriteit in het land van herkomst op 30 januari 2013.
De rechtbank oordeelt dat het begrip 'afgeronde adoptie' in artikel 9a, eerste lid, onder c, van de Wobka gelijk moet worden gesteld aan het begrip 'geadopteerd zijn' in artikel 9c. Dit betekent dat het tijdstip van afronding van de adoptie identiek is aan het moment waarop het kind in Nederland aankomt, wat in deze zaak vóór 1 januari 2013 was. Daarom is de adoptie tijdig afgerond en komt eisers de tegemoetkoming van € 3.700 toe.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, en beveelt vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tevens wijst zij erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep openstaat en dat verweerder een voorlopige voorziening kan aanvragen om uitvoering te voorkomen tijdens het hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat eisers recht hebben op een tegemoetkoming in adoptiekosten van € 3.700,-.