ECLI:NL:RBOVE:2015:4670
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.T.C. Jordaans
- J. Wentink
- C.C.S. Koppes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontucht minderjarige stiefdochter wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter in de periode van 2005 tot 2011. De tenlastelegging omvatte onder meer seksueel binnendringen en andere ontuchtige handelingen.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar en stelde dat de civiele schadevordering van €3.500,- toewijsbaar was. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan wegens vermeend vormverzuim en stelde dat de verklaringen van het vermeende slachtoffer onbetrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van onrechtmatige bewijsgaring en dat bewijsuitsluiting niet aan de orde was. Hoewel het slachtoffer gedetailleerde verklaringen had afgelegd, ontbrak het aan voldoende onafhankelijk en objectief steunbewijs. De verklaringen van getuigen waren vooral gebaseerd op wat het slachtoffer had verteld en boden onvoldoende overtuiging.
Daarom achtte de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. De civiele schadevordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke veroordeling ontbrak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige stiefdochter.