ECLI:NL:RBOVE:2015:4637
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechtbank bij schadeclaim brand elektriciteitscentrale met internationale aspecten
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van een schadevordering van Energie Meaux tegen Wärtsilä Netherlands en andere Franse entiteiten, naar aanleiding van een brand in een elektriciteitscentrale in Frankrijk in 2005.
Wärtsilä Netherlands stelt dat de vordering is verjaard en betwist aansprakelijkheid. De zaak kent een internationaal karakter met parallelle procedures in Frankrijk. Energie Meaux voerde aan dat de Franse rechtbank bevoegd is op grond van het feit dat het schadeveroorzakende feit zich in Frankrijk heeft voorgedaan.
De rechtbank oordeelt dat zij op grond van artikel 6 sub e Rv Pro in samenhang met artikel 5 lid 3 EEX Pro-Verordening bevoegd is omdat het schadebrengende feit deels in Nederland, namelijk de assemblage van de motor in Zwolle, heeft plaatsgevonden. Het verweer tot onbevoegdheid wordt afgewezen wegens te late indiening en strijd met de goede procesorde.
Daarnaast staat de rechtbank toe dat Wärtsilä France c.s. in de hoofdzaak tussenkomt om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist. Tussentijds hoger beroep wordt toegestaan voor beide incidenten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdverklaring af; het verzoek tot tussenkomst wordt toegewezen.