De vennootschap Eceteks uit Turkije vorderde betaling van facturen van Simcon International B.V. uit Nederland voor broeken die Simcon in Turkije zou hebben besteld. De rechtbank stelde vast dat Simcon de broeken niet bij Eceteks, maar bij Dimiteks had besteld, waarmee een koopovereenkomst tot stand was gekomen. Eceteks was slechts betrokken bij de voorfinanciering van de productie en was geen partij bij de koopovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat het Weens Koopverdrag van toepassing was op de koopovereenkomst tussen Simcon en Dimiteks, en dat Turks recht aanvullend van toepassing was voor niet door het verdrag geregelde kwesties. Omdat er geen aanbod en aanvaarding tussen Eceteks en Simcon was, kon Eceteks geen nakoming van een overeenkomst vorderen.
In reconventie vorderde Simcon schadevergoeding wegens tekortkoming van Eceteks, maar ook deze vordering werd afgewezen omdat er geen overeenkomst tussen partijen bestond. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten, waarbij de kosten voor Eceteks in reconventie nihil werden begroot.
Het vonnis werd op 7 januari 2015 door mr. Bosch te Almelo gewezen en in het openbaar uitgesproken.