Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.Het procesverloop
- de dagvaarding van 10 augustus 2015;
- de mondelinge behandeling op 11 augustus 2015.
Rechtbank Overijssel
Eisers, die een woning huren van Woningstichting Hellendoorn, vorderden in kort geding een verbod op de ontruiming van hun woning wegens een huurachterstand. De kantonrechter had eerder de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen, waartegen eisers hoger beroep hadden ingesteld.
Eisers stelden dat de huurachterstand minder groot was dan door de kantonrechter aangenomen en dat zij een redelijk betalingsvoorstel hadden gedaan. Tevens wezen zij op hun vier minderjarige kinderen en het ontbreken van vervangende woonruimte, waardoor ontruiming een noodsituatie zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis van de kantonrechter niet op een feitelijke of juridische misslag berustte en dat de huurachterstand zelfs was toegenomen. Het betalingsvoorstel was onvoldoende concreet en de belangen van de woningstichting wogen zwaarder. Hoewel de situatie van de kinderen ernstig is, was er geen noodtoestand die onmiddellijke ontruiming onaanvaardbaar maakt.
De woningstichting bood een respijtperiode van een week aan voor het regelen van de situatie. De voorzieningenrechter wees het gevorderde verbod op ontruiming af en veroordeelde eisers in de proceskosten.
Uitkomst: Het gevorderde verbod op ontruiming wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.