ECLI:NL:RBOVE:2015:3507
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal derdenbeslag wegens betwisting betaling facturen
In deze zaak vordert eiseres opheffing van het executoriaal derdenbeslag dat door gedaagde is gelegd bij de Rabobank vanwege een vonnis waarbij gedaagde werd veroordeeld tot betaling van een bedrag. Eiseres stelt dat de facturen waarop het vonnis is gebaseerd al zijn voldaan en dat het beslag daarom onrechtmatig is.
Gedaagde voert verweer en stelt dat er meerwerk is verricht en dat niet alle betalingen zijn gespecificeerd. Eiseres heeft een interne crediteurenkaart en een financieel overzicht overgelegd, maar geen bankafschriften die de betalingen aantonen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bewijs van betaling onvoldoende is, maar dat het beslag toch moet worden opgeheven omdat een van de facturen waarop het beslag is gebaseerd wel is voldaan en er een 'zwevende' creditnota is.
De voorzieningenrechter legt een executieverbod op en bepaalt een gematigde dwangsom voor het geval gedaagde toch executiemaatregelen treft. De kosten van het geding worden aan gedaagde opgelegd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het executoriaal derdenbeslag wordt opgeheven en een verbod op verdere executiemaatregelen wordt opgelegd.