ECLI:NL:RBOVE:2015:3319

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juli 2015
Publicatiedatum
10 juli 2015
Zaaknummer
AWB 15/135
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 5:32a AwbArt. 3.132 Activiteitenbesluit milieubeheerArt. 3.103, eerste lid, Activiteitenregeling milieubeheer
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering verlenging begunstigingstermijn dwangsom geuroverlast pizzeria Deventer

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de gemeente Deventer een last onder dwangsom opgelegd aan een pizzeria wegens geuroverlast. De pizzeria kreeg in 2013 en 2014 meerdere dwangsommen opgelegd om geurhinder te beperken tot een aanvaardbaar niveau. De gemeente verlengde de begunstigingstermijn tot 11 oktober 2014, maar weigerde verdere uitstel.

De pizzeria en de landelijke keten New York Pizza Delivery B.V. maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelde dat New York Pizza Delivery niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat zij niet rechtstreeks in haar belangen werd getroffen. Het bezwaar van de pizzeria zelf werd inhoudelijk beoordeeld.

De rechtbank stelde dat de gemeente terecht de begunstigingstermijn niet verder verlengde, omdat de pizzeria voldoende tijd had gehad om aan de last te voldoen en het algemeen belang bij handhaving zwaarwegend is. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit van de gemeente.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de pizzeria ongegrond en bevestigt de weigering van de gemeente om de begunstigingstermijn te verlengen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/135

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

New York Pizza Delivery B.V., te Amstelveen,

[eiser],wonende te Apeldoorn,
eisers,
gemachtigde: mr. G. Aarts, advocaat te Amsterdam,
en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer,

verweerder.
Als derde partijen hebben aan het geding deelgenomen:
[naam 1]en
[naam 2],
[naam 3]en
[naam 4],
[naam 5]en
[naam 6],
allen wonende te Deventer.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2014 heeft verweerder aan [eiser] (hierna: [eiser]) de last opgelegd om binnen zes weken na dagtekening van dit besluit ervoor zorg te dragen dat geurhinder ten gevolge van de inrichting aan de [adres] te Deventer wordt voorkomen, dan wel wordt beperkt tot een aanvaardbaar niveau, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 50.000,--. Tevens is in dit besluit aangegeven dat aan de last voldaan kan worden door het afvoeren van afgezogen dampen en gassen van het bereiden van voedingsmiddelen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd ten minste twee meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing of door deze door een doelmatige ontgeuringsinstallatie te leiden.
Bij besluit van 8 augustus 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de begunstigingstermijn verlengd tot 11 oktober 2014. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 5 januari 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van New York Pizza Delivery B.V. (hierna: New York Pizza Delivery) niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit op 19 januari 2015 beroep ingesteld.
De rechtbank heeft desgevraagd [naam 1], [naam 2], [naam 3], [naam 4], [naam 5] en [naam 6] in de gelegenheid gesteld om als derde partijen deel te nemen aan dit geding.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2015.
Eiser [eiser] is in persoon verschenen. Eiseres New York Pizza Delivery B.V. heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 7], directeur. Eisers zijn bijgestaan door
mr. G. Aarts en mr. M.T.H. de Gaay Fortman. Eisers hebben zich laten vergezellen door
P. Reijnders, werkzaam bij XS Architecten te Amersfoort, en ir. R. van Dungen, werkzaam bij SPA Ingenieurs te Ede.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door ing. M.G.M. Wolbrink-Meijerink en J.A. Kroes, vergezeld door A. van Boheemen, werkzaam bij Advies- en Ingenieursbureau Witteveen + Bos te Deventer.
De derde-partijen [naam 3] en [naam 6] zijn in persoon verschenen.

Overwegingen

1.1
De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingesteld door zowel [eiser] als door New York Pizza Delivery.
1.2
Voorop dient te worden gesteld dat het primaire besluit is gericht tot [eiser], als exploitant van New York Pizza te Deventer.
1.3
Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Weliswaar heeft New York Pizza Delivery, als landelijke keten waarbij [eiser] als franchisenemer is aangesloten, belang bij een goed lopende vestiging in Deventer, maar dit gegeven is op zichzelf genomen onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt bij alle besluiten die betrekking hebben op [eiser], als franchiser. Het belang van New York Pizza Delivery bij het primaire besluit is afgeleid van het belang van [eiser]. Nu New York Pizza Delivery daardoor niet rechtstreeks in haar belangen is getroffen, kan zij dan ook niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Verweerder heeft het bezwaar van New York Pizza Delivery dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
1.4
Het beroep, voor zover ingesteld door New York Pizza Delivery, is daarom ongegrond.
2.1
In september 2013 heeft [eiser], hierna te noemen eiser, een inrichting gevestigd aan de [adres] te Deventer. In deze inrichting worden – voor zover van belang – pizza’s bereid. De pizza’s worden vervolgens door koeriers bij klanten bezorgd. In de inrichting kunnen geen pizza’s worden genuttigd.
2.2
De inrichting beschikt over een luchtafzuig- en ontgeuringsinstallatie. [naam 1], [naam 3] en [naam 4] hebben verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de door hen ervaren geuroverlast vanuit de inrichting.
2.3
Bij besluit van 6 december 2013 heeft verweerder aan eiser de last opgelegd om binnen vier weken na dagtekening van dit besluit ervoor zorg te dragen dat geurhinder wordt voorkomen, dan wel beperkt tot een aanvaardbaar niveau, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 1.750,- per week of een gedeelte daarvan, met een maximum van
€ 17.500,- voor elke keer dat geurhinder niet is voorkomen dan wel beperkt tot een aanvaardbaar niveau. Tegen het handhaven van dit besluit hebben eisers beroep ingesteld. Dat beroep, dat gelijktijdig met dit beroep ter zitting is behandeld, is geregistreerd onder nummer Awb 14/1870.
2.4
Bij besluit van 4 juli 2014 heeft verweerder aan eiser de last opgelegd om binnen zes weken na dagtekening van dit besluit ervoor zorg te dragen dat geurhinder ten gevolge van de inrichting aan de [adres] te Deventer wordt voorkomen, dan wel wordt beperkt tot een aanvaardbaar niveau, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 50.000,-- ineens. Tegen het handhaven van dit besluit hebben eisers beroep ingesteld. Dat beroep, dat gelijktijdig met dit beroep ter zitting is behandeld, is geregistreerd onder nummer
Awb 15/134.
2.5
Bij het primaire besluit heeft verweerder de begunstigingstermijn verlengd tot
11 oktober 2014. Bij het bestreden besluit heeft verweerder dit besluit gehandhaafd
3.1
Artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb bepaalt dat bij een last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding, een termijn wordt gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.
3.2
De rechtbank stelt voorop dat gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik zal moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Tevens mag, gelet op de beginselplicht tot handhaving, van het bestuursorgaan worden verwacht dat bij het handhavend optreden voortvarendheid wordt betracht. De begunstigingstermijn, als bedoeld in artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb, mag niet zodanig ruim worden gesteld dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan het beginsel van effectieve handhaving van wettelijke voorschriften.
3.3
De rechtbank is van oordeel dat verweerder, bij afweging van de betrokken belangen en in het licht van de beginselplicht tot handhaving, in redelijkheid heeft kunnen weigeren om de begunstigingstermijn nog verder te verlengen dan tot 11 oktober 2014. In dit verband acht de rechtbank van belang dat verweerder eiser er meerdere malen op had gewezen dat sprake was van overtreding van het bepaalde in 3.132 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, gelezen in samenhang met het bepaalde in artikel 3.103, eerste lid, van de Activiteitenregeling milieubeheer. Voorafgaand aan het opleggen van de last onder dwangsom waarvan de begunstigingstermijn bij het primaire besluit verlengd is tot
11 oktober 2014 was om deze reden reeds eerder een last onder dwangsom aan eiser opgelegd. Eiser heeft dan ook voldoende tijd gehad om aan de opgelegde last te voldoen.
De omstandigheid dat eiser heeft verklaard dat hij bereid is om een pijp voor het afvoeren van baklucht, die voldoet aan het bepaalde in artikel 3.103, eerste lid, onder a, van de Activiteitenregeling milieubeheer, te plaatsen, behoefde voor verweerder geen aanleiding te vormen om de begunstigingstermijn verder te verlengen. In dit verband acht de rechtbank van belang dat een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dergelijke pijp eerst na het nemen van het besluit waarbij de last onder dwangsom was opgelegd is aangevraagd en dat bovendien ten tijde van het nemen van het bestreden besluit geenszins vaststond wanneer de pijp feitelijk zou (kunnen) worden geplaatst.
4. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit de rechterlijke toets doorstaat.
5. Het beroep, voor zover ingesteld door eiser [eiser], is daarom eveneens ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. van Lochem, voorzitter, en mr. W.J.B. Cornelissen en mr. A.P.W. Esmeijer, leden, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.