Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2014, in de gemeente Kampen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (in totaal een bedrag van ongeveer 196.426,48 euro) en/of horloge(s) en/of ring(en) en/of ketting(en) en/of hanger en/of oorbellen en/of armband(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2014, in de gemeente Kampen, althans in Nederland, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 3 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
teruggaveaan veroordeelde van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: