Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- de dagvaarding met 8 producties,
- productie 9 aan de zijde van eisers,
- de mondelinge behandeling op 1 juni 2015,
- de pleitnota aan de zijde van ISD Huta.
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers de opheffing van beslag dat ISD Huta heeft gelegd op roerende zaken op het adres van eiseres 1. ISD Huta had beslag gelegd ter uitvoering van een Poolse vonnis tot betaling van een geldsom door eiseres 1. Eisers stellen dat een groot deel van de beslagen goederen aan anderen toebehoort en dat het beslag daarom onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het aan de beslaglegger is om aannemelijk te maken dat de goederen aan de schuldenaar toebehoren. ISD Huta heeft dit onvoldoende gedaan. De stukken van eisers tonen aan dat veel goederen eigendom zijn van andere vennootschappen binnen het concern. Ook uit jaarstukken blijkt dat inventaris en voorraad op de balans staan van andere vennootschappen dan eiseres 1.
De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat sprake is van onverwijlde spoed en onvoldoende is aangetoond dat schade is geleden. De proceskosten worden gecompenseerd. Het beslag wordt opgeheven en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het beslag op roerende zaken wordt opgeheven wegens onvoldoende aannemelijkheid dat deze aan eiseres 1 toebehoren; het verzoek tot voorschot schadevergoeding wordt afgewezen.