Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding;
- het herstelexploit;
- het op 6 januari 2015 door de man ingebrachte afschrift van een emailbericht;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van de vrouw;
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn voormalig echtelieden die bij beschikking van 5 december 2012 zijn gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is de verdeling van de huwelijksgemeenschap geregeld, waaronder de echtelijke woning. De vrouw vordert machtiging om de woning te gelde te maken en de man te dwingen mee te werken aan verkoop, omdat de man geen financiering kan verkrijgen en weigert mee te werken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verdeling van de woning reeds heeft plaatsgevonden, maar dat uitvoering nog niet is gegeven. De vrouw kan daarom op grond van artikel 3:174 BW Pro machtiging vragen, maar de belangen van partijen moeten worden afgewogen. De vrouw stelt dat zij financiële lasten draagt en vreest dat de man niet zal betalen, maar dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De woning staat fors onder water en verkoop zou vooral de man financieel hard treffen. De vrouw heeft een bijstandsuitkering en kan de gemeente ook op andere wijze informeren over haar situatie. De rechtbank concludeert dat geen gewichtige redenen bestaan om de vrouw te machtigen tot verkoop en wijst de vorderingen af. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot machtiging verkoop van de woning wordt afgewezen.