ECLI:NL:RBOVE:2015:184
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking over klaagschrift inzake uitblijven last teruggave inbeslaggenomen geld
Op 20 december 2013 werd een bedrag van €4.975,- onder klager in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Klager diende een klaagschrift in tegen het uitblijven van een last tot teruggave van dit geld. De raadkamer behandelde het klaagschrift op 26 november 2014 en vervolgde de behandeling op 14 januari 2015, waarbij ook een belanghebbende werd gehoord.
De raadsman stelde dat er geen voortgang was in het witwasonderzoek en dat het geld teruggegeven moest worden. De officier van justitie handhaafde het beslag op basis van verdenking van witwassen en het conservatoir beslag op grond van artikel 94a Sv. De raadkamer oordeelde dat er onvoldoende feiten waren om het voortduren van het beslag op grond van artikel 94 Sv Pro te rechtvaardigen, mede omdat de verklaringen van de belanghebbende tegenstrijdig waren en er geen onderzoek naar de herkomst van het geld was gedaan.
Voor het conservatoir beslag op grond van artikel 94a Sv bleef de verdenking bestaan en was het beslag gerechtvaardigd. De raadkamer verklaarde het klaagschrift gegrond voor het beslag op grond van artikel 94 Sv Pro en ongegrond voor het beslag op grond van artikel 94a Sv. Het geldbedrag moet daarom worden teruggegeven aan klager, tenzij een ander als rechthebbende wordt aangemerkt, wat niet zonder meer vaststond.
De beschikking werd uitgesproken door rechter B.W.M. Hendriks op 14 januari 2015.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard voor het beslag op grond van art. 94 Sv en ongegrond voor het conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv; het geldbedrag wordt teruggegeven aan klager.