Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
verder te noemen: [X],
1.[A],
gedaagde in conventie,
verder te noemen: [A],
advocaat: mr. M.C. Dorresteijn te Zwolle,
2.[B],wonende te [woonplaats 2],gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,verder te noemen: [B],advocaat: mr. J.H. Rodenburg te Zoetermeer,
3.[C],wonende te [woonplaats 1],gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,verder te noemen: [C],advocaat: mr. S.L. Geeraths te Almelo,
1.De procedure
2.De feiten
gemachtigd om betalingen van de bankrekeningen te doen. In maart 2009 is vader opgenomen in een verzorgingstehuis. Vader is overleden op 15 augustus 2010.
Er is € 10.617,-- aan troostgeld ontvangen.
van € 12.622,09 te vermeerderen met wettelijke rente,
waarbij deze vordering tevens wordt ingesteld voor het geval wordt geoordeeld dat [X] een aanspraak wegens onrechtmatige daad jegens [A], [B] en [C] heeft,
€ 1.382,29, € 351,24 en € 312,89 en hen tot betaling daarvan te veroordelen,
€ 2.000,-- en € 4.000,-- komt [X] € 12.622,09 tekort.
€ 173,73.
€ 902,--.
€ 9.555,--. Vader had een vordering op [X] van € 2.960,--. Het totaal van deze bedragen beloopt € 36.382,06. Ieder der partijen heeft recht op een kwart daarvan ofwel € 9.095,52. [X] heeft € 8.529,25 ontvangen, maar [X] heeft zich ook de inboedel van vader toegeëigend.
4.De beoordeling.
€ 1.062,-- aan kosten) € 9.555,-- resteerde. [X] heeft die stelling niet weersproken, zodat de rechtbank van het bedrag ad € 9.555,-- zal uitgaan.
[X] had een schuld aan (moeder en) vader. [X], [A] en [B] stellen die schuld op
a.) inbreuk heeft gemaakt op het vermogensrecht van vader, het recht van vader als enige te beschikken over zijn banksaldo en
Alle partijen gaan ervan uit dat tot de legitimaire massa de banksaldi per sterfdatum van vader behoren ad (in totaal) € 23.867,06.
€ 10.617,00 en komt aldus uit op € 84.605,37.
€ 17.962,-- aan giften, de schuld van [X] ad € 2.960,--, de banksaldi en het troostgeld ad
€ 9.555,--.
€ 42.028,--, € 25.500,-- en € 17.962,-- aan als schenkingen.
De rechtbank laat de vordering op [X] ad € 2.529,25 thans buiten beschouwing en betrekt dat bedrag, zoals ook partijen hebben gedaan, in het bedrag dat [X] heeft ontvangen, te weten
€ 8.529,25.
de banksaldi ad € 23.867,06 en het troostgeld ad € 9.555,--, in totaal € 33.422,06. Ieder der partijen heeft aanspraak op ¼ -gedeelte van dit bedrag ofwel € 8.355,52.