ECLI:NL:RBOVE:2015:1382
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens disproportionaliteit en ondeugdelijke vordering curator
Eiseres, gehuwd buiten gemeenschap van goederen met de bestuurder van het gefailleerde bouwbedrijf, werd geconfronteerd met conservatoir beslag gelegd door de curator van het faillissement. De curator baseerde zijn vorderingen op vermeende onverschuldigde betalingen en verhaalsfrustratie, terwijl eiseres stelde dat het ging om voorschotten op salarisbetalingen aan haar echtgenoot.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de curator inmiddels erkende dat geen sprake was van verhaalsfrustratie, aangezien de bankrekeningen en onroerende zaken al op naam van eiseres stonden. Ook bleek uit de onderbouwing van eiseres dat de betalingen voorschotten op salaris waren, waardoor de vordering ondeugdelijk was in de zin van artikel 705 lid 2 Rv Pro.
Verder oordeelde de rechter dat voor het leggen van conservatoir beslag op onroerende zaken vrees voor verduistering vereist is, hetgeen niet was aangetoond. Gezien de disproportionaliteit tussen de vordering en het beslag, en het ontbreken van feiten die vrees voor verduistering rechtvaardigen, werd het beslag opgeheven.
De curator werd veroordeeld tot het dragen van de proceskosten en verplicht om bij een volgend verzoek om beslag een afschrift van dit vonnis en het eerdere beslagverlof te overleggen. Een verbod op toekomstig beslag werd afgewezen wegens onduidelijkheid over toekomstige rechten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de bankrekeningen en onroerende zaken van eiseres is opgeheven wegens disproportionaliteit en ondeugdelijkheid van de vordering.