Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- [H] , € 2.500,00, ontstaan in 2012, en
- [D] , ontstaan in 2013.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster, een alleenstaande vrouw van 85 jaar, vroeg toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aan wegens een schuldenlast van ruim €16.000, ontstaan doordat zij haar zoon financieel ondersteunde.
Zij betaalde de volledige huur van hun gezamenlijke huurwoning en nam leningen om huurachterstanden te voldoen. Haar zoon, die een bijstandsuitkering ontvangt, droeg niet bij aan deze kosten.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was omdat zij ondanks haar financiële problemen bewust haar schulden liet oplopen door het levensonderhoud en schulden van haar zoon te bekostigen. Hierdoor kon zij haar overige schulden niet aflossen.
Op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro en het ontbreken van omstandigheden als bedoeld in lid 3 van dat artikel, wees de rechtbank het verzoek af.
Verzoekster heeft het recht om binnen acht dagen na uitspraak hoger beroep in te stellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.