Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
Mind Hunter Holding en haar gelieerde vennootschappen vorderden in kort geding dat voormalig bestuurder en aandeelhouder [gedaagde 3] zich zou onthouden van concurrerende activiteiten en het gebruik van bedrijfsinformatie. De vordering betrof onder meer het verbod op het benaderen van klanten en investeerders, het offline halen van websites en het overdragen van beheerdersrechten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het starten van een eigen onderneming door een oud-bestuurder niet per definitie onrechtmatig is. Mind Hunter slaagde er niet in concreet en aannemelijk te maken dat [gedaagde 3] stelselmatig en substantieel klanten van Mind Hunter benaderde met gebruikmaking van vertrouwelijke informatie. Ook werd het concurrentiebeding als niet meer van toepassing beschouwd na beëindiging van de managementovereenkomst, terwijl het geheimhoudingsbeding onvoldoende was geschonden.
De rechtbank verwierp de stellingen dat het gebruik van een oud e-mailadres en verwijzingen naar Mind Hunter op websites en LinkedIn-profielen onrechtmatig waren. Ook werd het argument dat oud-bestuurders geen concurrerende activiteiten mogen ontplooien verworpen, omdat hiervoor bijzondere omstandigheden ontbreken.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs en bijzondere omstandigheden wees de voorzieningenrechter de vorderingen af en veroordeelde Mind Hunter in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Mind Hunter worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige concurrentie en schending van het geheimhoudingsbeding.