Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling op 18 december 2014;
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Overijssel
Eiser, eigenaar van meerdere panden, vordert in kort geding ontruiming van een pand dat door gedaagde wordt gebruikt. Eiser stelt dat gedaagde het pand zonder recht of titel gebruikt en dat de huurprijs aangepast moet worden naar een marktconform niveau. Gedaagde weigert het pand te ontruimen.
De voorzieningenrechter beoordeelt of het spoedeisend belang van eiser voldoende aannemelijk is om ontruiming bij voorlopige voorziening toe te wijzen. Eiser stelt dat hij het pand heeft teruggekocht om het te verhuren en dat het noodzakelijk is om op korte termijn inkomsten te verkrijgen, maar onderbouwt dit onvoldoende.
Daarnaast is het pand onderdeel van een groter geheel zonder eigen ingang en nutsvoorzieningen, waardoor zelfstandige verhuur momenteel niet mogelijk is. Gedaagde betaalt sinds 2012 een huurprijs, en eiser heeft geen bewijs geleverd dat hij aanspraak heeft gemaakt op een hogere huur of dat hij het pand snel aan derden kan verhuren.
De voorzieningenrechter concludeert dat eiser het spoedeisend belang onvoldoende heeft aangetoond en dat het afwachten van een bodemprocedure van hem kan worden gevergd. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.