ECLI:NL:RBOVE:2014:6950
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Banda
- D. Hardonk-Prins
- S.H. Peper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonvaststelling bij overstap zonder tussenliggende werkloosheid volgens Dagloonbesluit
Eiser was sinds 1998 werkzaam bij Nijhuis Toelevering B.V. en beëindigde zijn dienstverband per 30 september 2013. Na diverse uitzendwerkzaamheden en aanvragen voor WW-uitkering, stelde het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het dagloon vast op basis van het lagere loon bij de laatste werkgever, Visscher Personeel B.V., conform het per 1 juni 2013 in werking getreden Dagloonbesluit.
Eiser betoogde dat deze vaststelling in strijd is met het uitgangspunt van artikel 45 WW Pro dat het dagloon een redelijke weerspiegeling moet zijn van het welvaartsniveau voor werkloosheid, en dat het Dagloonbesluit discriminerend is in strijd met artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen om de dagloongarantie niet toe te passen bij directe overstap zonder tussenliggende werkloosheid, zoals eiser deed.
De rechtbank concludeerde dat het Dagloonbesluit niet in strijd is met de wet of internationale verdragen, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM en de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vaststelling van het dagloon volgens artikel 12 Dagloonbesluit.