Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Een aantal van de verklaringen loopt uiteen wat betreft het moment waarop [slachtoffer 2] zich bij verdachte en [slachtoffer 1] heeft bevonden. [slachtoffer 2] heeft zelf verklaard dat ze naar de partytent is gelopen en dat ze aanwezig is geweest op het moment dat verdachte het vuurwapen zou hebben gepakt. [naam 1] heeft verklaard dat hij naar de partytent is gelopen nadat hij had gezien dat verdachte een vuurwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 1] had gezet. Hij heeft verder verklaard dat hij, afgezien van [slachtoffer 1] en verdachte, verder niemand onder de partytent heeft gezien en dat [slachtoffer 2] er pas bij is komen staan nadat verdachte zijn vuurwapen alweer had opgeborgen;
- Een aantal van de verklaringen loopt uiteen wat betreft de bewoordingen die verdachte tegen aangeefsters zou hebben geuit en hetgeen door [slachtoffer 2] tegen verdachte zou zijn gezegd. Volgens [slachtoffer 1] heeft verdachte tegen haar geroepen: “Ik schiet je kapot. Neem me terug anders ga je eraan?! Ik maak je kapot!”. Verder zou verdachte volgens [slachtoffer 1] tegen [slachtoffer 2] hebben gezegd “ga aan de kant anders schiet ik jou ook kapot”, hetgeen ook door [slachtoffer 2] is verklaard. [slachtoffer 2] heeft eveneens verklaard dat zij verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft horen zeggen “wil je me dan niet terug?”. Zij heeft echter niet verklaard dat ze heeft gehoord dat verdachte [slachtoffer 1] verbaal heeft bedreigd. Verder heeft [slachtoffer 2] verklaard dat zij tegen verdachte heeft gezegd: ”niet doen, niet doen”, terwijl dit verder door niemand anders is verklaard. [naam 2] heeft verklaard dat ze verdachte heeft horen roepen : “Ik schiet je dood, ik schiet je dood”. Volgens de verklaring van [naam 2] heeft ze [slachtoffer 2] tegen verdachte horen zeggen: “schiet dan, schiet mij dan”, terwijl [slachtoffer 2] en ook de anderen dit niet hebben verklaard. [naam 1] heeft niet verklaard dat hij heeft gehoord dat verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft bedreigd, terwijl hij ten tijde van het gebeurde wel bij [slachtoffer 1] en verdachte onder de partytent aanwezig is geweest;
- Een aantal van de verklaringen loopt uiteen wat betreft de vorm en de kleur van het vuurwapen dat door verdachte zou zijn gebruikt. [slachtoffer 1] heeft in haar eerste verklaring bij de politie verklaard dat het een zwart vuurwapen is geweest, waarvan de kogelhouder kon draaien. In haar tweede verklaring heeft zij echter verklaard dat het een zilverkleurige revolver met een lange dunne loop is geweest. Volgens [slachtoffer 2] was het vuurwapen klein en zwart, terwijl [naam 1] heeft verklaard dat hij een zwarte revolver met een lange loop bij verdachte heeft gezien;
- Aangeefster [slachtoffer 1] heeft bij de politie niet verklaard dat haar vader op verdachte is afgekomen en hem heeft aangesproken met de bewoordingen: “wat moet je nou, wou je schieten grote jongen”, zoals [naam 1] zelf heeft verklaard. Zij heeft daarentegen, anders dan de verklaring van [naam 2], [slachtoffer 2] en [naam 1], niet over de aanwezigheid van haar vader ten tijde van de bedreigingen, en ook daarna, verklaard;
- Een aantal van de verklaringen loopt uiteen wat betreft het moment dat verdachte weer terug naar zijn vrachtwagen is gelopen en hetgeen daaraan vooraf is gegaan. Volgens [slachtoffer 1] heeft verdachte zijn wapen opgeborgen en is vervolgens al pratend in de richting van zijn vrachtwagen gelopen. Over de aanwezigheid van haar vader heeft zij, zoals hiervoor genoemd, niet verklaard. [naam 2] heeft verklaard dat verdachte, nadat hij met haar man of met haar vader had gesproken, rustig is weggegaan. Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte, nadat hij het vuurwapen weer had weggestopt, nog met haar vader heeft staan praten, en wel op de oprit. Dit blijkt echter niet uit de verklaring van [naam 1]. [naam 1] heeft namelijk verklaard dat hij, nadat verdachte het wapen had weggestopt, nog een stukje achter verdachte is aangelopen terwijl [slachtoffer 2] met verdachte aan het ‘bekwoorden’ was. [naam 1] heeft zich naar eigen zeggen toen omgedraaid en is de woonwagen binnengegaan.