Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft verdachte in een schrikreflex geschoten, omdat hij een deur open zag gaan. Deze schrikreactie vormt een contra-indicatie voor bewust handelen bij verdachte. Het gebrek aan rust zorgde ervoor dat verdachte de situatie niet kon (her)beoordelen alvorens te handelen, zodat geen sprake is geweest van bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] (ernstig) letsel zou oplopen.
bewust laagheeft geschoten en dat hij
op de rechtervoorzijdevan de Seat heeft gericht,
omdat hij de bestuurder niet wilde raken. De rechtbank ziet geen reden om aan die verklaring van verdachte te twijfelen. De rechtbank betrekt in dat oordeel dat – zoals ook door de verdediging naar voren is gebracht – niet zonder meer kan worden uitgesloten dat de inschotopening in de rechterkoplamp van de Seat is veroorzaakt door een (eerste) kogel van verdachte (die vervolgens in de rechtervoorband van de Seat terecht is gekomen) én dat het voor verdachte door het schieten in beweging niet goed mogelijk was de terugslag van zijn wapen goed op te vangen, waardoor het laag schieten bij het tweede schot niet goed is gelukt.
De verklaring van verdachte wijst niet op het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de bestuurder bij het lossen van een schot dodelijk zou worden geraakt, danwel dat zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht. Van voorwaardelijk opzet is daarom geen sprake. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van wat hem onder 1 primair en subsidiair ten laste is gelegd.
6.De kwalificatie
7.De strafbaarheid
Verdachte heeft aldus, gezien de korte tijdspanne en de stress en spanning op dat moment, geen adequate inschatting meer kunnen maken van een al dan niet mogelijk dreigend gevaar dat [slachtoffer] voor hem zou kunnen vormen en heeft geen nieuwe en bewuste afweging kunnen maken over de schietwaardigheid van die nieuwe situatie.
De rechtbank acht het handelen van verdachte in de gegeven omstandigheden van dit geval dan ook verontschuldigbaar.
8. De vordering van de benadeelde partij
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven onder 5.5 omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte niet strafbaar voor het onder 2 primair bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;