Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring,
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert Kubiak, een Duitse rechtspersoon, van [A] B.V. afgifte van facturen voor geleverde diensten. [A] betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank, stellende dat het geschil fiscaalrechtelijk is en de EEX-Verordening niet van toepassing, en dat Kubiak haar rechtsmiddelen tegen een Duitse belastingbeslissing niet heeft uitgeput.
De rechtbank overweegt dat het geschil privaatrechtelijk van aard is, omdat het gaat om een handelsverhouding tussen twee privaatrechtelijke partijen en het waarborgen van privaatrechtelijke rechten. De EEX-Verordening is daarom wel van toepassing en de Nederlandse rechter is bevoegd, mede omdat [A] woonplaats heeft in Nederland.
De stelling dat niet-uitputting van rechtsmiddelen tegen de Duitse belastingbeslissing tot onbevoegdheid leidt, wordt verworpen. De rechtbank wijst het incident af, veroordeelt [A] in de proceskosten en bepaalt dat de zaak op 26 november 2014 zal worden voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdverklaring af.